vrijdag 26 augustus 2016
Ongehoord! 25 september
donderdag 28 juli 2016
Poëziebus: waar te zien?
Het werd al een paar keer eerder gemeld: aanstaande maandag gaat in Antwerpen de Poëziebustour 2016 van start. Mocht je me bij een van de haltes willen zien & horen, dan volgt hier mijn schema. (Let op: in sommige steden wordt op verschillende locaties tegelijk opgetreden. Hieronder staan alleen de locaties waar ik zelf optreed, de volledige route vind je op de routepagina van de Poëziebus.
Maandag 1/8 14.00 Antwerpen, Kavka (Bar Cour), Oudaan 14
Maandag 1/8 15.30 Antwerpen, Wapper, Handschoenmarkt, Wilde Zee, Stadspark, Dageraadplaats, Harmoniepark
Maandag 1/8 19.30 Antwerpen, Kavka (Bar Cour), Oudaan 14
Dinsdag 2/8 14.00 Leuven, Barbóék, Schrijnmakersstraat 17
Dinsdag 2/8 18.15 Leuven, Sint-Donatuspark
Woensdag 3/8 15.30 Brugge, De Reyghere, Grote Markt 12
Woensdag 3/8 20.00 Gent, Café Het Volkshuis, Sleepstraat 33
Donderdag 4/8 13.00 Hasselt, Literair Museum, Bampslaan 35
Donderdag 4/8 18.00 Nijmegen, De Kaaij, Lindenberghaven 1 (Twee keer, Hoofdpodium en Theatertent)
Vrijdag 5/8 13.30 Groningen, Waagplein
Vrijdag 5/8 19.00 Meppel, Herberg 't Plein, Prinsengracht 1 (Pop-ups in herberg en winkelstraat)
[Vermoedelijk komt hier ergens De Man Met De Hamer]
Zaterdag 6/8 14.00 Utrecht, BROEI / Brauhaus / Brug, Oosterkade 24/Westerkade 30 (Drie keer, verschillende podia)
Zaterdag 6/8 20.00 Utrecht, RASA, Pauwstraat 13a
Zondag 7/8 12.30 Rotterdam, Hof van Noord, Gordelweg 131
Zondag 7/8 13.00 Rotterdam, Eendrachtsplein (einde 17.00)
Nieuwe bundel: Drie kogels en een rattenstaart
Okee lui, daar zijn ze dan. Ten eerste het lang beloofde nieuwe bundeltje 'Drie kogels en een rattenstaart', over het hondje van de Duitse keizer, slapeloosheid, een zelfmoordpact, een narrenschip en loodsvisjes, liefdevol be- en verzorgd door uitgeverij 302-Bis, die kantoor houdt aan mijn keukentafel.
Daar bovenop de tweede, herziene druk van 'Zwijgend naar de tering', een bundeltje dat u natuurlijk allemaal al heeft, maar ditmaal uitgevoerd in stemmig grijs (W.F. Hermans zou zoiets een goedkope grijze herdruk noemen, over de prijs later meer) met een geheel nieuwe omslagillustratie. Slip them into different sleeves, buy both and feel deceived. Niets menselijks is ons vreemd. Nou eens kijken of we de press in Belgium kunnen pleasen.
De bundeltjes kosten vijf euro per stuk, u kunt ze natuurlijk ook allebei kopen voor de speciale actieprijs van tien euro. Steek je dat geld allemaal in eigen zak Martin? Jazeker, ik speel niet voor niets voor uitgever.
Maar let even op: de bundeltjes gaan komende week mee op reis door Vlaanderen en Nederland, en voor ieder tijdens de Poëziebustour verkocht exemplaar verdwijnt één euro in de kas van de Poëziebus. Zo steunt u door de werkjes te kopen ook nog eens een goed doel. (Mijn vakantie, wel te verstaan.) Geen moderne poëzieliefhebber kan zonder!
maandag 18 juli 2016
Poëziebus 2016!
Oplettende volgertjes op Facebook kan het amper ontgaan zijn: op 1 augustus begint in Antwerpen de Poëziebus Tour 2016! Van 1 tot en met 7 augustus rijden liefst 24 podiumdichters uit Nederland en België in een prachtige rode oldtimerbus door de lage landen om onderweg op te treden. De bus stopt in tien steden op de route en alle optredens zijn gratis toegankelijk.
Wil je weten waar je ons kunt zien? Details over de tour vind je op de routepagina. Ze zullen t.z.t. ook op dit weblog verschijnen.
Deelnemende dichters zijn: Meliza de Vries, Jana Beranová, Infinite Joy, Lies Jo Vandenhende, Maartje Smits, Spitler, Michiel van Opstal, Wordbites, Ella..., Wibo Kosters, Bnice, Pieter Seinen, Richard Nobbe, Gijs ter Haar, Demi Baltus, Karin Deé, Jill Marchant, Esa Denaux, Edith de Gilde, Yannick Bux, Saskia van Kampen, Mon Geveer, Daan Hafkamp en Martin Wijtgaard.
Bij deze prachtige onderneming worden wij ondersteund door enthousiaste partners en sponsoren in beide landen. Ook jij kunt de Poëziebus een handje helpen, bijvoorbeeld door onze verzamelbundel te kopen. (Met een gedicht van elk van de 24 Poëziebusdichters.) De bundel kost 10 euro en kan hier worden besteld.
160718
Gisteren bij Eijlders tijdens de speciale Midzomer-dichtavond het gedicht De reisgenoot testgereden. Het is gebaseerd op de gelijknamige novelle (Il compagno de viaggio/Le compagnon de voyage) van Curzio Malaparte. Daarnaast de gedichten Johan, Mayerling (I) en Aaseters voorgelezen. Aaseters zal verschijnen in de verzamelbundel Als engel, maar met roofdierogen, die in 2017, ter gelegenheid van de 160e sterfdag van Charles Baudelaire, zal worden uitgegeven door stichting Spleen.
(Foto: Michiel Matthes)
De reisgenoot
Soldaten zijn soldaten, zelfs al zingen
ze in een nieuwe taal hetzelfde liedje.
Ze kennen onze kant van het verhaal,
en zullen ongevraagd, zonder bezwaar,
hun drank en sigaretten met ons delen.
Ze hebben net als wij leren marcheren,
gehoorzamen onzinnige bevelen
en moeten zich naar om het even waar
laten versjouwen door verdwaalde ezels
die als het erop aankomt deserteren.
Kom op, ik breng je thuis, hun frontlijn heeft
ons ingehaald en als ze straks vertrekken
kan de kermis weer opnieuw beginnen:
de laaielichters, zwendelaars en pooiers
hebben hun ouwe stek al ingenomen
en drinken op een mooie nederlaag.
Vanavond zullen we de generaals
als hammen aan de straatlantarens hangen,
morgen versjacheren we onze vrouwen
voor zakken haver op de zwarte markt,
maar eerst breng ik je thuis. Je was de laatste
aan wie ik nog een schuld heb in te lossen.
Je oorlog is voorbij, de hufters zijn
terug en alles is weer bij het oude,
het is niet eens de moeite om te drossen.
gehoorzamen onzinnige bevelen
en moeten zich naar om het even waar
laten versjouwen door verdwaalde ezels
die als het erop aankomt deserteren.
Kom op, ik breng je thuis, hun frontlijn heeft
ons ingehaald en als ze straks vertrekken
kan de kermis weer opnieuw beginnen:
de laaielichters, zwendelaars en pooiers
hebben hun ouwe stek al ingenomen
en drinken op een mooie nederlaag.
Vanavond zullen we de generaals
als hammen aan de straatlantarens hangen,
morgen versjacheren we onze vrouwen
voor zakken haver op de zwarte markt,
maar eerst breng ik je thuis. Je was de laatste
aan wie ik nog een schuld heb in te lossen.
Je oorlog is voorbij, de hufters zijn
terug en alles is weer bij het oude,
het is niet eens de moeite om te drossen.
Aaseters
'Et pourtant vous serez semblable à cette ordure'
Charles Baudelaire
Wanneer je langs de weg stuit op een overschot
dat, gistend in de middaghitte,
door vale kraaien kaalgepikt tot op het bot,
vol ongedierte blijkt te zitten,
word je allicht door sentimenten meegesleurd
van afkeer en van medeleven,
omdat je zelf ooit sterven moet en op jouw beurt
aan dat gespuis bent prijsgegeven.
Wat moet zo'n kreng beginnen met je rouwbeklag?
Het is allang aan gene zijde
waar het, wanneer je de experts geloven mag,
geen baat heeft van ons medelijden.
Bedenk, als je ontzet naar het kadaver staart
dat door de maden wordt verslonden:
we zijn zolang we leven (en naar onze aard)
meer met die aaseters verbonden.
Zet je over je walging heen en onderdruk
je eigenwaan en dure woorden,
kijk naar de hond die, vechtend om het grootste stuk,
zijn soortgenoten zou vermoorden.
Dit zijn onze verwanten, ze zijn net als jij,
de larven en de vette vliegen,
de lijkenpikkers, wroetend in de laffe brij -
want hoe we ook onszelf bedriegen,
ze zijn ons evenbeeld en onze disgenoot,
smerig, obsceen en volgevreten,
feestend op een karkas dat, uitgewoond en dood,
van ons geen donder meer wil weten
Johan
'Johan, als je nou je bek niet houdt,
dan krijg je een keu in je reet.'
Tscheu La Ling
Natuurlijk, Johan is een parasiet,
een bloedzuiger die dikke builen maakt,
die in gezelschap onvermoeibaar zoemend
in de overbelaste zenuw boort,
de zeikerd waar je 's nachts van wakker schiet
omdat je in je slaap zijn stem nog hoort.
Toch moet je niet zo boos doen tegen Johan:
hij heeft een rol in onze biotoop,
zoals in elke achtertuin een plaats is
voor wat je onder platte stenen vindt,
broodnodig om de mezen mee te voeren
als onverhoopt de pindavoorraad slinkt.
Natuurlijk, Johan is een parasiet,
een Judas met een uitgekiend instinct
voor leugens, machinaties en verraad,
een onderkruiper, likkend naar de top,
een mug, in de beschutting van je rug
tot elke lage smerigheid in staat.
Denk na voordat je Johan op een dag
met het nieuws van gisteren verplettert.
Hij is er een die vlekken achterlaat.
dan krijg je een keu in je reet.'
Tscheu La Ling
Natuurlijk, Johan is een parasiet,
een bloedzuiger die dikke builen maakt,
die in gezelschap onvermoeibaar zoemend
in de overbelaste zenuw boort,
de zeikerd waar je 's nachts van wakker schiet
omdat je in je slaap zijn stem nog hoort.
Toch moet je niet zo boos doen tegen Johan:
hij heeft een rol in onze biotoop,
zoals in elke achtertuin een plaats is
voor wat je onder platte stenen vindt,
broodnodig om de mezen mee te voeren
als onverhoopt de pindavoorraad slinkt.
Natuurlijk, Johan is een parasiet,
een Judas met een uitgekiend instinct
voor leugens, machinaties en verraad,
een onderkruiper, likkend naar de top,
een mug, in de beschutting van je rug
tot elke lage smerigheid in staat.
Denk na voordat je Johan op een dag
met het nieuws van gisteren verplettert.
Hij is er een die vlekken achterlaat.
woensdag 6 april 2016
Excuuspoëzie
Aan de overkant ligt, nijver walmend, het fonkelnieuwe industriegebied. Aan deze kant van de rivier leggen grommende bulldozers de laatste hand aan het stuk 'nieuwe natuur', dat ter compensatie van de onherstelbare schade is aangelegd. Tevreden overziet de projectleider zijn werk. De highlandkoetjes grazen, de eerste wilgen zijn geplant en de gedeputeerde die de feestelijke opening zal verrichten heeft een roerende toespraak beloofd. In het versgegraven meertje is zelfs al een fuut gesignaleerd. En toch, toch knaagt er iets, toch is er iets dat hij vergeten is, al kan hij er de vinger niet op leggen. 's Nachts schiet hij met een ruk wakker. Ineens weet hij wat er aan zijn natuurgebied ontbreekt: er is nog geen gedicht!
Net als ik leest of schrijft u graag een gedicht. Anders zou u deze website niet bezoeken. En omdat de poëzie ons na aan het hart ligt, doen we er alles aan om haar te bevorderen en te behouden. Maar laten we eerlijk zijn: de afgelopen jaren is er een buitenissige wildgroei ontstaan van poëzie in de openbare ruimte. Het begon met de muurgedichten in Leiden. Een mooi initiatief. Is het niet aardig om tussen de patat- en dieselmeur van de Breestraat omhoog te kijken en een gedicht van, pakweg, Neruda te lezen? (Voor de broodnodige ondertiteling is er goddank een website.)
Het kon niet uitblijven dat het idee ook elders aan zou slaan, en zo zijn er tegenwoordig muurgedichten in plaatsen als Haarlem, Den Bosch en Nunspeet. Maar het gaat verder: je kunt onderhand geen wandeling of fietstocht meer maken buiten de bebouwde kom, zonder dat je ook daar met gedichten wordt bestookt. Kademuren, gemalen, tunneltjes en transformatorhuisjes: overal word je om de oren geslagen met goedbedoelde poëzie.
Waar geen muur is worden de gedichten aangebracht op een paneel van plexiglas, of met snijbranders uit een stuk roestig plaatijzer gezaagd. Vooral in natuurgebieden neemt het gênante vormen aan. In hun educatiedrang nemen de beheerders geen genoegen meer met informatieborden over het broedgedrag van de kwak, inmiddels werpen ze zich ook op als ons literair geweten. Zodoende wordt elke rivierdijk, ieder moeras, elke veenweide voorzien van een gedicht. Het is een dwangneurose.
Vaak betreft het een hoogdravend poëem van de lokale verzensmid. (Dat de dichter hiervoor op z'n hoogst een bos bloemen ontvangt spreekt voor zich: gedichten zijn per definitie gratis. De échte kluiten zijn inmiddels overgemaakt aan een beeldend kunstenaar, voor de bronzen sculptuur van altijd weer dezelfde polderwerker, of een abstracte installatie die zachtjes klingelt in de wind.) Het is ook niet ongebruikelijk dat er een min of meer toepasselijk gedicht van Herman Gorter, Hans Andreus of Ida Gerhardt tegenaan wordt gekwakt.
Die gedichten moeten voldoen aan een aantal strikte voorwaarden. Ten eerste moet sprake zijn van wind en wolken. Als er een waterpartij is worden de wolken geacht zich daarin te spiegelen. Er moeten bomen zijn, of op z'n minst rietkragen, die kunnen ruisen of wuiven, liefst met hun pluimen. Natuurlijk is ook aan de fauna gedacht: bij voorkeur vogels, die een gevoel van ruimte en vrijheid moeten vertegenwoordigen. Merk op dat die vogels altijd zwanen zijn, nooit eenden.
Maar moeten we niet blij zijn? Zie je dan liever reclameborden? Is het niet juist geweldig dat poëzie op zo'n positieve en grootschalige wijze onder de aandacht wordt gebracht? Nee. De versjespest die onze buitengebieden teistert, leidt tot een gevaarlijke inflatie van de poëzie. Van de natuurbeheerders die de gedichten plaatsen (en de recreanten die ze lezen) zijn er maar bar weinig die af en toe een bundel openslaan, laat staan dat ze er een zouden kopen. Het is het literaire equivalent van 'nieuwe natuur': een halfhartig goedmakertje, een schrale compensatie voor het pathetische, vrijblijvende en demotiverende poëzieonderwijs op de scholen, voor het volkomen gebrek aan belangstelling dat ze in hun dagelijks leven tonen voor dichters en hun werk.
Het heeft iets streberigs: niet alleen worden we geacht om er zoiets als een 'natuurbeleving' op na te houden, we moeten daarbij ook precies het juiste gedicht lezen, om vervolgens met een plechtig gezicht te kunnen vaststellen dat de pluimen inderdaad wuivend ruisen en dat, kortom, alles naar behoren verloopt. Dat soort sturing is nergens voor nodig. Het is arrogant en opdringerig. Donder op met je perspex panelen. Bespaar ons je lyriek. Dat die wolken zich spiegelen zien we zelf ook wel. Of misschien zien we iets heel anders, zullen we dat zelf nog eens weten? Steek dat belerende vingertje in je reet en laat de mensen ongestoord van de natuur genieten. Dan maken we er zelf wel poëzie van.
En laat goddomme ook die muren een keer met rust. Soms zegt een baksteen meer dan duizend gedichten.
(Verschenen als column op Pomgedichten, maandag 4 april.)
zondag 20 maart 2016
Kutzwager
Het was een bikkelharde veldslag die we allebei verloren,
toen we aanspraak maakten op hetzelfde strookje niemandsland.
Laten we mijn sigaretten en jouw vleesrantsoenen delen
bij het feestmaal voor ons geïmproviseerde kerstbestand.
Dat we beurtelings verraden werden door dezelfde vrouw
is geen aanleiding voor vuistgevechten, wraak of represailles,
we scheurden repen van haar lakens die we droegen als medailles
voor beledigingen, moedwil en bewezen kwaaie trouw.
We zullen samen schamper lachen in de veteranenkroegen,
vergelijken onze wonden alsof we vergeten zijn
hoe we naar beschutting zochten en dezelfde krater vonden
bij onze verkenningstochten in vijandelijk terrein.
We zullen een paar flessen delen (ook al worden we geen vrienden),
na afloop zal ik zeggen dat je op mijn kosten drinkt
en we zullen ons verzoenen, want we zijn maar oudgedienden,
stomtoevallig aan weerszijden van hetzelfde front verminkt.
toen we aanspraak maakten op hetzelfde strookje niemandsland.
Laten we mijn sigaretten en jouw vleesrantsoenen delen
bij het feestmaal voor ons geïmproviseerde kerstbestand.
Dat we beurtelings verraden werden door dezelfde vrouw
is geen aanleiding voor vuistgevechten, wraak of represailles,
we scheurden repen van haar lakens die we droegen als medailles
voor beledigingen, moedwil en bewezen kwaaie trouw.
We zullen samen schamper lachen in de veteranenkroegen,
vergelijken onze wonden alsof we vergeten zijn
hoe we naar beschutting zochten en dezelfde krater vonden
bij onze verkenningstochten in vijandelijk terrein.
We zullen een paar flessen delen (ook al worden we geen vrienden),
na afloop zal ik zeggen dat je op mijn kosten drinkt
en we zullen ons verzoenen, want we zijn maar oudgedienden,
stomtoevallig aan weerszijden van hetzelfde front verminkt.
zondag 13 maart 2016
Judge, jury and executioner
Deze week gevraagd om bij de wekelijkse zondagochtendwedstrijd op Pomgedichten.nl als gastvoorzitter op te treden. Dat was hard werken en erg lachen. Uiteindelijk kreeg Joz Knoop goud, Jako Fennek zilver, Cartouche brons en was er een eervolle vermelding voor Erika De Stercke.
donderdag 10 maart 2016
Insomnia
De angsten waar je niet bij stil wilt staan,
die je bij daglicht simpel kunt verjagen,
zetten hun uitgekookte hinderlagen
bij voorkeur even voor het slapengaan.
Klaarwakker moet je weerwerk bieden aan
paniek en ongelegen levensvragen,
ten prooi aan je totaal op hol geslagen
hypochondrie en achtervolgingswaan.
Terwijl je dapper poogt de slaap te vatten
staan kastekorten, kwelduivels en kiespijn
met opgestroopte mouwen rond je bed,
luidruchtig en ongrijpbaar als de ratten
die in het donker knagen en actief zijn,
maar spoorloos zijn als je het licht aanzet.
die je bij daglicht simpel kunt verjagen,
zetten hun uitgekookte hinderlagen
bij voorkeur even voor het slapengaan.
Klaarwakker moet je weerwerk bieden aan
paniek en ongelegen levensvragen,
ten prooi aan je totaal op hol geslagen
hypochondrie en achtervolgingswaan.
Terwijl je dapper poogt de slaap te vatten
staan kastekorten, kwelduivels en kiespijn
met opgestroopte mouwen rond je bed,
luidruchtig en ongrijpbaar als de ratten
die in het donker knagen en actief zijn,
maar spoorloos zijn als je het licht aanzet.
maandag 29 februari 2016
Luyckx
Naarmate je ouder wordt, komen onwrikbare zekerheden meer en meer op losse schroeven te staan. Van mijn eerste reis naar Polen herinner ik me dat ik verrast was omdat er bomen groeiden, bloemen langs de weg stonden en de huizen bont geschilderd waren. In mijn verbeelding speelde het hele leven in het Oostblok zich af in zwart-wit. Kleuren had ik me er niet bij voorgesteld.
Natuurlijk werd dat vooroordeel vooral bepaald door televisie en films. De beelden die ons van Oost-Europa werden voorgeschoteld, waren zonder uitzondering grauw en duister. De vervallen straten en lugubere prefab-flats (Slotermeer, iemand?) werden over de volle breedte van het scherm uitgesmeerd. Opvallend is ook dat de beelden zonder uitzondering in een urbane setting waren geschoten: een platteland van golvend graan en blozende boerinnen leek alleen in Sovjet-propaganda te bestaan.
Natuurlijk waren (en zijn) er in Oost-Europa voldoende grauwe, vervallen straten te vinden (in Glasgow en Detroit heb je die niet), maar zelfs in de donkerste Brezjnev-jaren was het er niet het monochrome maanlandschap dat we op de buis te zien kregen. De voor de hand liggende conclusie is dat ook aan onze kant van propaganda sprake was.
Een van de grote kampioenen van dit soort hersenspoeling was onze economieleraar, dhr. Luyckx. Hij was een uilskuiken zonder weerga, van lesgeven had hij geen kaas gegeten. Daarom besteedde hij een groot deel van zijn tijd aan zeiken tegen leerlingen (en collega’s) met progressieve opvattingen.
Hij was een keertje, jaren geleden, in de DDR geweest. Met zichtbaar genoegen vertelde hij zijn spookverhalen over lange rijen gedesillusioneerde huisvrouwen voor winkels met halflege schappen, waarin enkel inferieure producten lagen. Boven die rijen hingen onveranderlijk grote rode spandoeken met propagandaleuzen.
Vanwege zijn persoonlijke voorkeuren was hij zeer bevreesd voor een communistische inval. ‘Ooooo! Als de Russen kooooomen’, oreerde Luyckx, ‘dan zetten ze mij als eeeeerste tegen de muuuuur!’ Blijkbaar besefte hij niet dat hij ons met die belofte recht in de armen van de marxistische heilsleer dreef.
Zou hij nog leven, onze Luyckx? Dertig jaar na zijn stichtende betogen moet ik soms aan hem denken. Vooral wanneer ik zie hoeveel van zijn socialistische nachtmerrie inmiddels alledaagse praktijk is geworden. Niet in Irkoetsk of Bratislava, maar gewoon in Bos en Lommer.
Halflege schappen, inferieure producten, rode spandoeken met wervende leuzen: ze zijn er allemaal. Toch moeten we de directie van Dirk van den Broek nageven dat het een gouden idee was om de lange rijen gedesillusioneerde huisvrouwen te overdekken, en hun dystopische winkelervaring een ‘supermarkt’ te noemen. Dergelijke vooruitgang moeten we zonder meer op het conto van het kapitalisme schrijven.
In een vlaag van Ostalgische nieuwsgierigheid ben ik laatst weer eens bij Dirk wezen kijken. Stiekem hoopte ik er een pot Spreewaldgurken te vinden. Of Bautzener Senf. Of Kofola. Maar Luyckx heeft gelijk gekregen: het was allemaal niet te krijgen.
zondag 21 februari 2016
Mayerling
I
Om een keizerrijk te laten vallen
volstaan drie kogels en een rattenstaart,
de morbide weeffout in je bloed
en een terrein om op groot wild te knallen.
Kies een ambitieuze reisgenoot,
een begeleidster voor de jachtpartij,
te dweepziek om je naar de weg te vragen.
Aan alles is gedacht: voor wie per se
een treurspel schrijven wil waarin de held
haar een decor van bordkarton belooft,
pralines voert en schmiert totdat 'ie haar
zijn loden bruidsschat door de kop mag jagen,
ligt er een stapel lege vellen klaar.
Het briefpapier is smal, de kranten nemen
voor wat je hebt vergeten te vermelden
de volle breedte van de boulevard.
II
Om met de grote jongens mee te spelen
moet je je laatste woorden redigeren,
we hebben in de slotscènes geen tijd
voor toespraken op handgeschepte vellen.
We moeten aan je recensenten denken
die, in geairconditionede archieven
op zoek naar wat warmbloediger vermaak,
verlekkerd grutten in je afscheidsbrieven,
geërgerd je gehaaste krabbels spellen,
ze gul voorzien van rode potloodstrepen,
en zure [sic!]jes in de kantlijn schrijven,
die met hun smetteloos geschoeide jatten
nog pulken aan de slecht genezen wond
en zullen blijven spitten in het gat
waarin je met een bezem in je lijf
bent weggemoffeld als een dooie hond.
Om een keizerrijk te laten vallen
volstaan drie kogels en een rattenstaart,
de morbide weeffout in je bloed
en een terrein om op groot wild te knallen.
Kies een ambitieuze reisgenoot,
een begeleidster voor de jachtpartij,
te dweepziek om je naar de weg te vragen.
Aan alles is gedacht: voor wie per se
een treurspel schrijven wil waarin de held
haar een decor van bordkarton belooft,
pralines voert en schmiert totdat 'ie haar
zijn loden bruidsschat door de kop mag jagen,
ligt er een stapel lege vellen klaar.
Het briefpapier is smal, de kranten nemen
voor wat je hebt vergeten te vermelden
de volle breedte van de boulevard.
II
Om met de grote jongens mee te spelen
moet je je laatste woorden redigeren,
we hebben in de slotscènes geen tijd
voor toespraken op handgeschepte vellen.
We moeten aan je recensenten denken
die, in geairconditionede archieven
op zoek naar wat warmbloediger vermaak,
verlekkerd grutten in je afscheidsbrieven,
geërgerd je gehaaste krabbels spellen,
ze gul voorzien van rode potloodstrepen,
en zure [sic!]jes in de kantlijn schrijven,
die met hun smetteloos geschoeide jatten
nog pulken aan de slecht genezen wond
en zullen blijven spitten in het gat
waarin je met een bezem in je lijf
bent weggemoffeld als een dooie hond.
Abonneren op:
Posts (Atom)






