Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen
zondag 26 januari 2020
Presentatie DichtDruk
Op zaterdag 25 januari mochten Charlotte Samuels en ik de prent en het bijbehorende gedicht presenteren die we hebben gemaakt in het kader van DichtDruk, een samenwerkingsverband tussen Bibliotheek Kennemerwaard, Grafisch Atelier Alkmaar en literair platform Reuring. Het was een fijne speciale editie van Reuring, met optredens van Annemarie Brijder, Robin Veen, Elly Stolwijk en zelf.
Bijgaande scan doet nauwelijks recht aan de prent van Charlotte, in het echt ziet 'ie er veel mooier uit, maar het geeft een idee. (Mocht iemand een betere scan of foto hebben dan houd ik me aanbevolen.) Het was een heel mooi project om aan mee te werken en ik heb met heel veel plezier met Charlotte samengewerkt. [Ingelaste mededeling: de prenten zijn (mitsgaders een gedrukte versie van mijn gedicht) in beperkte oplage te koop via Bibliotheek Kennemerwaard voor een luttele 40 euro.]
Het gedicht ('Hibakujumoku', tevens de titel van de prent) dropte ik hier al eerder, maar hieronder vind je het nog een keer:
HIBAKUJUMOKU
We overleven bij de gratie van
het weerwerk dat in onze wortels gist,
we drinken om het even welke regen
en groeien krom of scheef uit zelfbehoud,
een handvat voor wie wil geloven aan
de mythe van het ondergronds verzet
dat zich een weg uit de ruïnes klauwt
en woekert tegen de verdrukking in,
viriel als ratten na een watersnood,
als bromvliegen in niemandsland, vitaal
als zwarte handel in verkoolde steden,
maar zindelijk en beter gemanierd.
Gehavend en geschroeid maar onuitroeibaar,
gekoesterd en beschut van hogerhand,
verdragen we zonder een kik te geven
de dure woorden en de plechtigheden
van staatslieden met in hun binnenzak
de blauwdruk voor een nieuwe wereldbrand.
Foto's door Marja Vleugel, Grafisch Atelier Alkmaar. Scan door MW.
maandag 19 augustus 2019
Hibakujumoku
We overleven bij de gratie van
het weerwerk dat in onze wortels gist,
we drinken om het even welke regen,
en groeien krom of scheef uit zelfbehoud,
een handvat voor wie wil geloven aan
de mythe van het ondergronds verzet
dat zich een weg uit de ruïnes klauwt
en woekert tegen de verdrukking in,
viriel als ratten na een watersnood,
als bromvliegen in niemandsland, vitaal
als zwarte handel in verkoolde steden,
maar zindelijk en beter gemanierd.
Gehavend en geschroeid maar onuitroeibaar,
gekoesterd en beschut van hogerhand,
verdragen we zonder een kik te geven
de dure woorden en de plechtigheden
van staatslieden met in hun binnenzak
de blauwdruk voor een nieuwe wereldbrand.
zaterdag 15 september 2018
Klaagvrouw
Ik huil om namen die ik enkel ken
van verse rouwplakkaten aan de kerk,
verpacht per uur mijn kostbaar medeleven
en de rekbaarheid van mijn verdriet
dat even breed is als uw treurbudget.
Ik ken mijn vak en hou niet van half werk,
ik schreeuw of snotter, zing een dodenlied,
houd mijn gezicht voorbeeldig uit de plooi,
trek voor wat stuivers meer mijn haren uit
en ruk mijn kleed aan flarden voor een fooi.
Houdt u zich in uw trieste karavaan
maar dapper groot en mors uw tranen niet,
met al mijn plaatsvervangend sentiment
ga ik op uw plek jammerend vooraan
en kreun en klaag zolang u me betaalt.
Wie moet er ooit vooropgaan in de stoet
of handenwringend bij de grafkuil staan,
wie moet de klaagvrouw geven wat ze vraagt
als op een dag mijn eigen vlees en bloed
me onbewogen naar het kerkhof draagt?
van verse rouwplakkaten aan de kerk,
verpacht per uur mijn kostbaar medeleven
en de rekbaarheid van mijn verdriet
dat even breed is als uw treurbudget.
Ik ken mijn vak en hou niet van half werk,
ik schreeuw of snotter, zing een dodenlied,
houd mijn gezicht voorbeeldig uit de plooi,
trek voor wat stuivers meer mijn haren uit
en ruk mijn kleed aan flarden voor een fooi.
Houdt u zich in uw trieste karavaan
maar dapper groot en mors uw tranen niet,
met al mijn plaatsvervangend sentiment
ga ik op uw plek jammerend vooraan
en kreun en klaag zolang u me betaalt.
Wie moet er ooit vooropgaan in de stoet
of handenwringend bij de grafkuil staan,
wie moet de klaagvrouw geven wat ze vraagt
als op een dag mijn eigen vlees en bloed
me onbewogen naar het kerkhof draagt?
maandag 26 juni 2017
Capitaine Lévitine
En dan, op weg naar huis, de treppenwitz:
je struikelt geel van nijd over het vuil
dat je nog in zijn baan had kunnen trappen,
hapklaar en helder, zomaar voor je voeten.
Zeewaardig als een dooie kabeljauw
drijvend op het tij van z'n kapsones
wasemt 'ie zijn brakke vislucht in
de neuzen van de leeglopers die loensend
als dronken kittens aan zijn lippen hangen,
in vervoering door het roeren van
zijn tong, die naadloos past in het profiel
van zolen die je liever niet wilt proeven.
En jij? Je schaamt je door je dagen heen,
een zieke kat die op z'n wonden ligt,
die blaast naar elke hand die strelen wil
en in een hoekje op z'n gal blijft kauwen.
Rancune is de hoogste staat van trouw,
een averechts instinct dat je verplicht
je kwelgeest te omhelzen en hem als
een Siamese tweeling mee te sjouwen.
je struikelt geel van nijd over het vuil
dat je nog in zijn baan had kunnen trappen,
hapklaar en helder, zomaar voor je voeten.
Zeewaardig als een dooie kabeljauw
drijvend op het tij van z'n kapsones
wasemt 'ie zijn brakke vislucht in
de neuzen van de leeglopers die loensend
als dronken kittens aan zijn lippen hangen,
in vervoering door het roeren van
zijn tong, die naadloos past in het profiel
van zolen die je liever niet wilt proeven.
En jij? Je schaamt je door je dagen heen,
een zieke kat die op z'n wonden ligt,
die blaast naar elke hand die strelen wil
en in een hoekje op z'n gal blijft kauwen.
Rancune is de hoogste staat van trouw,
een averechts instinct dat je verplicht
je kwelgeest te omhelzen en hem als
een Siamese tweeling mee te sjouwen.
maandag 22 mei 2017
Zelfportret met lier
De dichter is een demagoog
die op zijn bühne brult en dreigt
maar in zijn brieven smeekt en fleemt,
een trieste clown die hielen likt
en handjes geeft en standjes krijgt,
rondjes koopt en stroop moet smeren,
meewaaien met vuile winden,
dingen naar de gunsten van
despoten in het land der blinden,
uitgevers en redacteuren
die censureren, redigeren
wegen en te licht bevinden.
De dichter is een rechercheur,
een speurneus van de kouwe grond.
Hij rommelt in zijn raadsels rond,
noteert iedere vage hint,
toch lost 'ie nooit zijn zaakjes op
omdat hij tegen schimmen vecht,
onzinnige verbanden legt
en enkel nieuwe vragen vindt.
Hij klungelt om de feiten heen
en als het lijk wordt opgedregd
gaan de moordenaars vrijuit
en is de strop voor hem alleen.
De dichter is de kapitein
van een opgegeven schuit.
Hij heeft zich aan de mast gebonden,
en blijft koppig op z'n post
terwijl 'ie God de huid vol scheldt
en schuimbekkend ballades zingt.
De bemanning is gedrost,
de passagiers hebben gemuit
maar als de storm de zeilen scheurt,
schrijft hij: 'Het gaat me voor de wind!'
voor wie, wanneer het schip vergaat,
nog onverhoopt zijn logboek vindt.
De dichter is een therapeut
van niks, een lepe psychopaat
die weerloze patiënten kwelt,
een kwakzalver, een leugenaar
die op de gok zijn wonden slaat
en met veel nattevingerwerk
fatale diagnoses stelt,
een onbeholpen charlatan
die pleisters op tumoren plakt
en armen afzet voor een wrat,
maar op een voetstuk staat omdat
hij zo geslepen praten kan.
De dichter is een kluizenaar,
een eenzame gekwelde geest
die critici en jury's mijdt,
publiek en recensenten vreest,
die in stilte hevig lijdt
onder kritiek die niemand hoort
op versjes die geen hond ooit leest,
maar die als hij geprezen wordt
gewillig zelf de vinger legt
op regels waar nog iets aan schort
en gepikeerd zijn beste werk
genadeloos de grond in boort.
die op zijn bühne brult en dreigt
maar in zijn brieven smeekt en fleemt,
een trieste clown die hielen likt
en handjes geeft en standjes krijgt,
rondjes koopt en stroop moet smeren,
meewaaien met vuile winden,
dingen naar de gunsten van
despoten in het land der blinden,
uitgevers en redacteuren
die censureren, redigeren
wegen en te licht bevinden.
De dichter is een rechercheur,
een speurneus van de kouwe grond.
Hij rommelt in zijn raadsels rond,
noteert iedere vage hint,
toch lost 'ie nooit zijn zaakjes op
omdat hij tegen schimmen vecht,
onzinnige verbanden legt
en enkel nieuwe vragen vindt.
Hij klungelt om de feiten heen
en als het lijk wordt opgedregd
gaan de moordenaars vrijuit
en is de strop voor hem alleen.
De dichter is de kapitein
van een opgegeven schuit.
Hij heeft zich aan de mast gebonden,
en blijft koppig op z'n post
terwijl 'ie God de huid vol scheldt
en schuimbekkend ballades zingt.
De bemanning is gedrost,
de passagiers hebben gemuit
maar als de storm de zeilen scheurt,
schrijft hij: 'Het gaat me voor de wind!'
voor wie, wanneer het schip vergaat,
nog onverhoopt zijn logboek vindt.
De dichter is een therapeut
van niks, een lepe psychopaat
die weerloze patiënten kwelt,
een kwakzalver, een leugenaar
die op de gok zijn wonden slaat
en met veel nattevingerwerk
fatale diagnoses stelt,
een onbeholpen charlatan
die pleisters op tumoren plakt
en armen afzet voor een wrat,
maar op een voetstuk staat omdat
hij zo geslepen praten kan.
De dichter is een kluizenaar,
een eenzame gekwelde geest
die critici en jury's mijdt,
publiek en recensenten vreest,
die in stilte hevig lijdt
onder kritiek die niemand hoort
op versjes die geen hond ooit leest,
maar die als hij geprezen wordt
gewillig zelf de vinger legt
op regels waar nog iets aan schort
en gepikeerd zijn beste werk
genadeloos de grond in boort.
zaterdag 20 mei 2017
De erven
We sturen ze goed uitgerust op pad.
Met een dunne hals voor onze stroppen,
zitvlees voor op de reservebank
en een gezicht om deuren in te slaan
gaan ze van huis en sluiten achteraan,
worden opgetuigd en afgericht,
rechts ingehaald en op de tocht gezet.
Hongerig en vals gehouden met
luchtspiegelingen uit een klein heelal
waar alles weerloos is en niks van waarde
kopen ze dure jassen op de groei,
doorlopend in de veel te diepe zakken
op zoek naar wat we hebben nagelaten.
Als straks de laatste stammen zijn gerooid
kunnen ze eindelijk het erf aanpakken
dat kaalgeslagen voor hun voeten ligt.
We delen een paar schoppen uit en kijk -
ze graven ijverig hun eigen gaten
en gooien zingend onze kuilen dicht.
(Inzending voor de finale van de Meander Dichtersprijs, uiteindelijk goed voor een vierde plek.)
Met een dunne hals voor onze stroppen,
zitvlees voor op de reservebank
en een gezicht om deuren in te slaan
gaan ze van huis en sluiten achteraan,
worden opgetuigd en afgericht,
rechts ingehaald en op de tocht gezet.
Hongerig en vals gehouden met
luchtspiegelingen uit een klein heelal
waar alles weerloos is en niks van waarde
kopen ze dure jassen op de groei,
doorlopend in de veel te diepe zakken
op zoek naar wat we hebben nagelaten.
Als straks de laatste stammen zijn gerooid
kunnen ze eindelijk het erf aanpakken
dat kaalgeslagen voor hun voeten ligt.
We delen een paar schoppen uit en kijk -
ze graven ijverig hun eigen gaten
en gooien zingend onze kuilen dicht.
(Inzending voor de finale van de Meander Dichtersprijs, uiteindelijk goed voor een vierde plek.)
maandag 27 februari 2017
Je t'adore à l'égal de la voûte nocturne
Ter gelegenheid van het 150e sterfjaar van Charles Baudelaire brengt Stichting Spleen dezer dagen de bundel 'Als engel, maar met roofdierogen (Je t'adore à l'égal de la voûte nocturne)' uit, waarin 40 Vlaamse en Nederlandse dichters een eerbetoon brengen aan Baudelaire en zijn werk.
Elke dichter heeft een gedicht uit 'Les Fleurs du Mal' gekregen, in het Frans en in de Nederlandse vertaling van Peter Verstegen, met de opdracht om daarop een eigen gedicht te baseren, dat op zijn beurt weer in het Frans wordt vertaald. (Volgt u 'm nog? Gewoon doorlezen.)
Zelf kreeg ik 'Une Charogne' - op de een of andere manier schijn ik macabere thema's aan te trekken - en schreef als bespiegeling daarop het gedicht 'Aaseters', naar het Frans vertaald als 'Charognards' door mijzelf en (mijn innig beminde) Sandrine Mary, die tevens de Franse tekstredactie van de bundel en een deel van de andere vertalingen op zich heeft genomen.
En hoe ziet zuks d'r nou uit Martin, met die krengen en die aaseters en zo? Wel, u wilde een plastische beschrijving en u kreeg er een. Blij nu?
Hierbij het oorspronkelijke gedicht van Baudelaire:
Une Charogne
Rappelez-vous l’objet que nous vîmes, mon âme,
Ce beau matin d’été si doux:
Au détour d’un sentier une charogne infâme
Sur un lit semé de cailloux,
Les jambes en l’air, comme une femme lubrique,
Brûlante et suant les poisons,
Ouvrait d’une façon nonchalante et cynique
Son ventre plein d’exhalaisons.
Le soleil rayonnait sur cette pourriture,
Comme afin de la cuire à point,
Et de rendre au centuple à la grande Nature
Tout ce qu’ensemble elle avait joint;
Et le ciel regardait la carcasse superbe
Comme une fleur s’épanouir.
La puanteur était si forte, que sur l’herbe
Vous crûtes vous évanouir.
Les mouches bourdonnaient sur ce ventre putride,
D’où sortaient de noirs bataillons
De larves, qui coulaient comme un épais liquide
Le long de ces vivants haillons.
Tout cela descendait, montait comme une vague,
Ou s’élançait en pétillant;
On eût dit que le corps, enflé d’un souffle vague,
Vivait en se multipliant.
Et ce monde rendait une étrange musique,
Comme l’eau courante et le vent,
Ou le grain qu’un vanneur d’un mouvement rythmique
Agite et tourne dans son van.
Les formes s’effaçaient et n’étaient plus qu’un rêve,
Une ébauche lente à venir,
Sur la toile oubliée, et que l’artiste achève
Seulement par le souvenir.
Derrière les rochers une chienne inquiète
Nous regardait d’un œil fâché,
Épiant le moment de reprendre au squelette
Le morceau qu’elle avait lâché.
— Et pourtant vous serez semblable à cette ordure,
À cette horrible infection,
Étoile de mes yeux, soleil de ma nature,
Vous, mon ange et ma passion!
Oui! telle vous serez, ô la reine des grâces,
Après les derniers sacrements,
Quand vous irez, sous l’herbe et les floraisons grasses,
Moisir parmi les ossements.
Alors, ô ma beauté! dites à la vermine
Qui vous mangera de baisers,
Que j’ai gardé la forme et l’essence divine
De mes amours décomposés!
De Nederlandse vertaling is al even gezellig:
Een kadaver
Weet jij, mijn ziel, op deze zoele zomerdag
Nog wat wij in de ochtend vonden:
Bij ‘t omslaan van een bocht, op een stuk keigrond, lag
Een smerig kreng, al half ontbonden.
De benen in de lucht, als van een vrouw die brandt
Van wellust, van lijkvocht vergeven,
Toonde het ons wijdopen, cynisch nonchalant,
Zijn buik waar wolken stank uit dreven.
De zon scheen met zijn hitte op het rottend beest,
Of hij ‘t als stoofvlees wou bereiden;
Zo gaf hij de natuur terug, ten offerfeest,
Waaraan zij eerst haar krachten wijdde.
De hemel staarde neer op dat subliem karkas
Als op een bloem die zich juist opent.
De stank was zo intens dat jij daar in ‘t gras
Haast met een flauwte moest bekopen.
Veel vliegen rond de buik die van verrotting droop,
En waaruit zwarte drommen bleven
Stromen van larven, een dikvloeibare siroop
Langs lappen aas dat leek te leven.
Dit alles steeg en daalde als een golf van vlees
Of gleed soms wemelend naar voren;
Dan leek het of het lijk van wind vervuld verrees,
Of er veelvuldig werd geboren.
En uit die wereld klonk een vreemde soort muziek,
Als stromend water, wind of regen,
Of als wanneer de wanners, soepel van ritmiek,
Het koren in hun wan bewegen.
De vormen werden vaag, nog maar een droom, of ooit
Iets wat niet uit de verf wou komen
Toch door de kunstenaar wellicht nog wordt voltooid
Als zijn herinnering gaat stromen.
Een teef achter een rots, die heel gespannen was,
Keek toe met ogen die ons haatten,
Gespitst op het moment dat zij van het karkas
Kon scheuren wat ze los moest laten.
- En toch ben jij niet anders dan dat creatuur,
Van gruwelijk bederf vergeven,
Jij, sterre van mijn ogen, zon van mijn natuur,
Mijn engel, passie van mijn leven!
Ja! Ook jij zult zo zijn, na ‘t laatste sacrament,
Jij die de kroon draagt van het schone,
Wanneer je tussen bloeiend gras en botten bent
Geborgen waar de wormen wonen.
Zeg dan, mijn schoonheid, tot die wormen in de aard,
Die jou met kusmondjes verslinden,
Dat ik de vorm en ‘t goddelijk wezen heb bewaard
Wanneer mijn liefste gaat ontbinden!
(Vertaling Peter Verstegen)
Mijn bespiegeling op dat gedicht:
Aaseters
Wanneer je langs de weg stuit op een overschot
dat, gistend in de middaghitte,
door vale kraaien kaalgepikt tot op het bot,
vol ongedierte blijkt te zitten,
word je allicht door sentimenten meegesleurd
van afkeer en van medeleven,
omdat je zelf ooit sterven moet en op jouw beurt
aan dat gespuis bent prijsgegeven.
Wat moet zo'n kreng beginnen met je rouwbeklag?
Het is allang aan gene zijde
waar het, wanneer je de experts geloven mag,
geen baat heeft van ons medelijden.
Bedenk, als je ontzet naar het kadaver staart
dat door de maden wordt verslonden:
we zijn zolang we leven (en naar onze aard)
meer met die aaseters verbonden.
Zet je over je walging heen en onderdruk
je eigenwaan en dure woorden,
kijk naar de hond die, vechtend om het grootste stuk,
zijn soortgenoten zou vermoorden.
Dit zijn onze verwanten, ze zijn net als jij,
de larven en de vette vliegen,
de lijkenpikkers, wroetend in de laffe brij -
want hoe we ook onszelf bedriegen,
ze zijn ons evenbeeld en onze disgenoot,
smerig, obsceen en volgevreten,
feestend op een karkas dat, uitgewoond en dood,
van ons geen donder meer wil weten.
En de Franse vertaling:
Charognards
Si au bord du chemin tu trébuches sur un corps
se putrifiant en plein soleil
rongé par les vers blafards qui le dévorent,
piqué à l’os par les corneilles,
peut-être seras-tu saisi d'un mouvement
de répulsion et d’empathie,
car toi aussi, tu dois mourir et forcément
seras sacrifié ainsi.
Ce corps ne jouira point de tes lamentations,
il est au-delà de la mort,
et à en croire les connaisseurs, la compassion
ne changerait rien à son sort.
Songe donc, au lieu de t’apitoyer sur l'ordure
ravagée par les oiseaux noirs :
nous sommes, à force de vivre (et par nature)
d’abord liés aux charognards.
Surmonte ta répugnance et cherche à juguler
ta suffisance et tes grands mots,
vois le chien qui n’hésiterait pas à tuer
pour obtenir le plus gros lot.
Ils sont tels que nous sommes, semblables à notre race,
les grasses larves et les mouches bleues,
ces nécrophages sordides grouillant dans la carcasse,
car même si on les trouve hideux :
ils sont à notre image, ils sont nos affiliés,
sales et obscènes, crasseux ou soûls,
festoyant sur un corps qui, mort et dégradé,
ne veut plus rien savoir de nous.
(Vertaling Martin Wijtgaard/Sandrine Mary)
donderdag 15 december 2016
4/12
Spertijd in Café Impérial,
de kelner sluit de deur, de laatste gasten
zetten hun kraag op in de oostenwind
die door half opgegeten döners raast.
Zondag is bijltjesdag, de stad heeft haast,
we nemen vast een aanloop voor de val:
de gloed van smeulende bibliotheken
werpt in de maanloze, ongure nacht
een vertrouwde schaduw op het Heldenplein,
waar honderdvijftigduizend armen wachten
op een Sobieski in een maatkostuum,
een zijden das voor Zwarte Moestafa.
Pak je koffer voor de razzia,
verbrand je paspoort en vervals je bloed,
noteer alles wat je vergeten moet,
negeer de ongemakkelijke vragen.
Mijd de open ramen en verdwijn
over steriele, schoongeveegde straten
de warmte van de ondergrondse in
om voor het ooit weer licht wordt thuis te zijn.
maandag 21 november 2016
Vastgoed
Stamp nog een allerlaatste keer in tranen
de trap af, trek de voordeur in het slot,
bel de kringloop voor de kat en laat
de hoogste bieders nou hun best maar doen.
Een huis is maar een huis, de warmste keuken
braadt zonder protesteren ander vlees,
achter de ramen staren vreemde ogen
zich op nieuwe jaloezieën blind.
Er zullen op nieuw aangeschafte kussens
opnieuw bezwete hoofden wakker liggen
die in de nacht uit alle macht proberen
de geur van hun mislukking te negeren.
Ze simuleren voor de buitenwacht
een tedere idylle, net als wij,
en blijven in gezelschap enthousiast
over de tuin en babykamers praten
of kopen, met de laptop op de bank,
een wollen plaid of een gehaakte sprei,
maar vergelijken op kantoor alvast
verhuizers, makelaars en advocaten.
de trap af, trek de voordeur in het slot,
bel de kringloop voor de kat en laat
de hoogste bieders nou hun best maar doen.
Een huis is maar een huis, de warmste keuken
braadt zonder protesteren ander vlees,
achter de ramen staren vreemde ogen
zich op nieuwe jaloezieën blind.
Er zullen op nieuw aangeschafte kussens
opnieuw bezwete hoofden wakker liggen
die in de nacht uit alle macht proberen
de geur van hun mislukking te negeren.
Ze simuleren voor de buitenwacht
een tedere idylle, net als wij,
en blijven in gezelschap enthousiast
over de tuin en babykamers praten
of kopen, met de laptop op de bank,
een wollen plaid of een gehaakte sprei,
maar vergelijken op kantoor alvast
verhuizers, makelaars en advocaten.
vrijdag 14 oktober 2016
Niemeijers Bar
De foto is nog geen maand oud, genomen in Capelle aan den IJssel. Die avond mocht ik 'm aankondigen en noemde hem 'de gevaarlijkste dichter van Eindhoven' en 'een man met een lijf als een chemische fabriek'. Little did I know. Onderstaand gedicht, eergisteren geschreven, was bedoeld als hart onder de riem voor Derrel Niemeijer, maar het ging allemaal wel heel erg snel. Dichter, performer, uitgever, organisator, zelfbenoemd Nachtburgemeester van Eindhoven en wat al niet. 39 nog maar. Eeuwig zonde.
Niemeijers Bar
Er is ergens een kroeg met bij de deur
een uitsmijter die kalm maar resoluut
de dood attent maakt op de paraplubak
waar hij z'n zeis in achterlaten mag,
waar bij de toog een valse kaketoe
de oncoloog voor rotte vis uitmaakt,
terwijl een aangeschoten redacteur
schrapt en verbetert in de diagnose.
We loten wie als laatste overblijft
om onze rekeningen te betalen
en wippen onopvallend Rohypnol
in de Breezers van de schikgodinnen.
De ochtendschemering is opgeschort:
pas als de Nachtburgemeester bepaalt
dat het lokaal voorgoed gesloten wordt
timmeren we de ramen dicht. Van binnen.
Foto: Theo Huijgens
maandag 18 juli 2016
De reisgenoot
Soldaten zijn soldaten, zelfs al zingen
ze in een nieuwe taal hetzelfde liedje.
Ze kennen onze kant van het verhaal,
en zullen ongevraagd, zonder bezwaar,
hun drank en sigaretten met ons delen.
Ze hebben net als wij leren marcheren,
gehoorzamen onzinnige bevelen
en moeten zich naar om het even waar
laten versjouwen door verdwaalde ezels
die als het erop aankomt deserteren.
Kom op, ik breng je thuis, hun frontlijn heeft
ons ingehaald en als ze straks vertrekken
kan de kermis weer opnieuw beginnen:
de laaielichters, zwendelaars en pooiers
hebben hun ouwe stek al ingenomen
en drinken op een mooie nederlaag.
Vanavond zullen we de generaals
als hammen aan de straatlantarens hangen,
morgen versjacheren we onze vrouwen
voor zakken haver op de zwarte markt,
maar eerst breng ik je thuis. Je was de laatste
aan wie ik nog een schuld heb in te lossen.
Je oorlog is voorbij, de hufters zijn
terug en alles is weer bij het oude,
het is niet eens de moeite om te drossen.
gehoorzamen onzinnige bevelen
en moeten zich naar om het even waar
laten versjouwen door verdwaalde ezels
die als het erop aankomt deserteren.
Kom op, ik breng je thuis, hun frontlijn heeft
ons ingehaald en als ze straks vertrekken
kan de kermis weer opnieuw beginnen:
de laaielichters, zwendelaars en pooiers
hebben hun ouwe stek al ingenomen
en drinken op een mooie nederlaag.
Vanavond zullen we de generaals
als hammen aan de straatlantarens hangen,
morgen versjacheren we onze vrouwen
voor zakken haver op de zwarte markt,
maar eerst breng ik je thuis. Je was de laatste
aan wie ik nog een schuld heb in te lossen.
Je oorlog is voorbij, de hufters zijn
terug en alles is weer bij het oude,
het is niet eens de moeite om te drossen.
Aaseters
'Et pourtant vous serez semblable à cette ordure'
Charles Baudelaire
Wanneer je langs de weg stuit op een overschot
dat, gistend in de middaghitte,
door vale kraaien kaalgepikt tot op het bot,
vol ongedierte blijkt te zitten,
word je allicht door sentimenten meegesleurd
van afkeer en van medeleven,
omdat je zelf ooit sterven moet en op jouw beurt
aan dat gespuis bent prijsgegeven.
Wat moet zo'n kreng beginnen met je rouwbeklag?
Het is allang aan gene zijde
waar het, wanneer je de experts geloven mag,
geen baat heeft van ons medelijden.
Bedenk, als je ontzet naar het kadaver staart
dat door de maden wordt verslonden:
we zijn zolang we leven (en naar onze aard)
meer met die aaseters verbonden.
Zet je over je walging heen en onderdruk
je eigenwaan en dure woorden,
kijk naar de hond die, vechtend om het grootste stuk,
zijn soortgenoten zou vermoorden.
Dit zijn onze verwanten, ze zijn net als jij,
de larven en de vette vliegen,
de lijkenpikkers, wroetend in de laffe brij -
want hoe we ook onszelf bedriegen,
ze zijn ons evenbeeld en onze disgenoot,
smerig, obsceen en volgevreten,
feestend op een karkas dat, uitgewoond en dood,
van ons geen donder meer wil weten
Johan
'Johan, als je nou je bek niet houdt,
dan krijg je een keu in je reet.'
Tscheu La Ling
Natuurlijk, Johan is een parasiet,
een bloedzuiger die dikke builen maakt,
die in gezelschap onvermoeibaar zoemend
in de overbelaste zenuw boort,
de zeikerd waar je 's nachts van wakker schiet
omdat je in je slaap zijn stem nog hoort.
Toch moet je niet zo boos doen tegen Johan:
hij heeft een rol in onze biotoop,
zoals in elke achtertuin een plaats is
voor wat je onder platte stenen vindt,
broodnodig om de mezen mee te voeren
als onverhoopt de pindavoorraad slinkt.
Natuurlijk, Johan is een parasiet,
een Judas met een uitgekiend instinct
voor leugens, machinaties en verraad,
een onderkruiper, likkend naar de top,
een mug, in de beschutting van je rug
tot elke lage smerigheid in staat.
Denk na voordat je Johan op een dag
met het nieuws van gisteren verplettert.
Hij is er een die vlekken achterlaat.
dan krijg je een keu in je reet.'
Tscheu La Ling
Natuurlijk, Johan is een parasiet,
een bloedzuiger die dikke builen maakt,
die in gezelschap onvermoeibaar zoemend
in de overbelaste zenuw boort,
de zeikerd waar je 's nachts van wakker schiet
omdat je in je slaap zijn stem nog hoort.
Toch moet je niet zo boos doen tegen Johan:
hij heeft een rol in onze biotoop,
zoals in elke achtertuin een plaats is
voor wat je onder platte stenen vindt,
broodnodig om de mezen mee te voeren
als onverhoopt de pindavoorraad slinkt.
Natuurlijk, Johan is een parasiet,
een Judas met een uitgekiend instinct
voor leugens, machinaties en verraad,
een onderkruiper, likkend naar de top,
een mug, in de beschutting van je rug
tot elke lage smerigheid in staat.
Denk na voordat je Johan op een dag
met het nieuws van gisteren verplettert.
Hij is er een die vlekken achterlaat.
zondag 20 maart 2016
Kutzwager
Het was een bikkelharde veldslag die we allebei verloren,
toen we aanspraak maakten op hetzelfde strookje niemandsland.
Laten we mijn sigaretten en jouw vleesrantsoenen delen
bij het feestmaal voor ons geïmproviseerde kerstbestand.
Dat we beurtelings verraden werden door dezelfde vrouw
is geen aanleiding voor vuistgevechten, wraak of represailles,
we scheurden repen van haar lakens die we droegen als medailles
voor beledigingen, moedwil en bewezen kwaaie trouw.
We zullen samen schamper lachen in de veteranenkroegen,
vergelijken onze wonden alsof we vergeten zijn
hoe we naar beschutting zochten en dezelfde krater vonden
bij onze verkenningstochten in vijandelijk terrein.
We zullen een paar flessen delen (ook al worden we geen vrienden),
na afloop zal ik zeggen dat je op mijn kosten drinkt
en we zullen ons verzoenen, want we zijn maar oudgedienden,
stomtoevallig aan weerszijden van hetzelfde front verminkt.
toen we aanspraak maakten op hetzelfde strookje niemandsland.
Laten we mijn sigaretten en jouw vleesrantsoenen delen
bij het feestmaal voor ons geïmproviseerde kerstbestand.
Dat we beurtelings verraden werden door dezelfde vrouw
is geen aanleiding voor vuistgevechten, wraak of represailles,
we scheurden repen van haar lakens die we droegen als medailles
voor beledigingen, moedwil en bewezen kwaaie trouw.
We zullen samen schamper lachen in de veteranenkroegen,
vergelijken onze wonden alsof we vergeten zijn
hoe we naar beschutting zochten en dezelfde krater vonden
bij onze verkenningstochten in vijandelijk terrein.
We zullen een paar flessen delen (ook al worden we geen vrienden),
na afloop zal ik zeggen dat je op mijn kosten drinkt
en we zullen ons verzoenen, want we zijn maar oudgedienden,
stomtoevallig aan weerszijden van hetzelfde front verminkt.
donderdag 10 maart 2016
Insomnia
De angsten waar je niet bij stil wilt staan,
die je bij daglicht simpel kunt verjagen,
zetten hun uitgekookte hinderlagen
bij voorkeur even voor het slapengaan.
Klaarwakker moet je weerwerk bieden aan
paniek en ongelegen levensvragen,
ten prooi aan je totaal op hol geslagen
hypochondrie en achtervolgingswaan.
Terwijl je dapper poogt de slaap te vatten
staan kastekorten, kwelduivels en kiespijn
met opgestroopte mouwen rond je bed,
luidruchtig en ongrijpbaar als de ratten
die in het donker knagen en actief zijn,
maar spoorloos zijn als je het licht aanzet.
die je bij daglicht simpel kunt verjagen,
zetten hun uitgekookte hinderlagen
bij voorkeur even voor het slapengaan.
Klaarwakker moet je weerwerk bieden aan
paniek en ongelegen levensvragen,
ten prooi aan je totaal op hol geslagen
hypochondrie en achtervolgingswaan.
Terwijl je dapper poogt de slaap te vatten
staan kastekorten, kwelduivels en kiespijn
met opgestroopte mouwen rond je bed,
luidruchtig en ongrijpbaar als de ratten
die in het donker knagen en actief zijn,
maar spoorloos zijn als je het licht aanzet.
zondag 21 februari 2016
Mayerling
I
Om een keizerrijk te laten vallen
volstaan drie kogels en een rattenstaart,
de morbide weeffout in je bloed
en een terrein om op groot wild te knallen.
Kies een ambitieuze reisgenoot,
een begeleidster voor de jachtpartij,
te dweepziek om je naar de weg te vragen.
Aan alles is gedacht: voor wie per se
een treurspel schrijven wil waarin de held
haar een decor van bordkarton belooft,
pralines voert en schmiert totdat 'ie haar
zijn loden bruidsschat door de kop mag jagen,
ligt er een stapel lege vellen klaar.
Het briefpapier is smal, de kranten nemen
voor wat je hebt vergeten te vermelden
de volle breedte van de boulevard.
II
Om met de grote jongens mee te spelen
moet je je laatste woorden redigeren,
we hebben in de slotscènes geen tijd
voor toespraken op handgeschepte vellen.
We moeten aan je recensenten denken
die, in geairconditionede archieven
op zoek naar wat warmbloediger vermaak,
verlekkerd grutten in je afscheidsbrieven,
geërgerd je gehaaste krabbels spellen,
ze gul voorzien van rode potloodstrepen,
en zure [sic!]jes in de kantlijn schrijven,
die met hun smetteloos geschoeide jatten
nog pulken aan de slecht genezen wond
en zullen blijven spitten in het gat
waarin je met een bezem in je lijf
bent weggemoffeld als een dooie hond.
Om een keizerrijk te laten vallen
volstaan drie kogels en een rattenstaart,
de morbide weeffout in je bloed
en een terrein om op groot wild te knallen.
Kies een ambitieuze reisgenoot,
een begeleidster voor de jachtpartij,
te dweepziek om je naar de weg te vragen.
Aan alles is gedacht: voor wie per se
een treurspel schrijven wil waarin de held
haar een decor van bordkarton belooft,
pralines voert en schmiert totdat 'ie haar
zijn loden bruidsschat door de kop mag jagen,
ligt er een stapel lege vellen klaar.
Het briefpapier is smal, de kranten nemen
voor wat je hebt vergeten te vermelden
de volle breedte van de boulevard.
II
Om met de grote jongens mee te spelen
moet je je laatste woorden redigeren,
we hebben in de slotscènes geen tijd
voor toespraken op handgeschepte vellen.
We moeten aan je recensenten denken
die, in geairconditionede archieven
op zoek naar wat warmbloediger vermaak,
verlekkerd grutten in je afscheidsbrieven,
geërgerd je gehaaste krabbels spellen,
ze gul voorzien van rode potloodstrepen,
en zure [sic!]jes in de kantlijn schrijven,
die met hun smetteloos geschoeide jatten
nog pulken aan de slecht genezen wond
en zullen blijven spitten in het gat
waarin je met een bezem in je lijf
bent weggemoffeld als een dooie hond.
maandag 25 januari 2016
Mayerling
Het is een bekend gegeven: banken vergaren steeds meer geld. Zoedoende raken ze langzaam vol. Daarom moeten ze, net als gewone stervelingen, af en toe grote schoonmaak houden en ruimte scheppen. Afgelopen zomer werd bij zo'n opruimactie in de Schoellerbank, niet ver van de Weense Hofburg, een leren map gevonden met Lebensdokumente, brieven en foto's van de familie Vetsera. De vondst leidde in Oostenrijk tot een kleine sensatie, want de band, die in 1926 'door een onbekende persoon' werd gedeponeerd, bevatte de verloren gewaande afscheidsbrieven van barones Mary von Vetsera, de 17-jarige maîtresse van de Oostenrijkse kroonprins Rudolf.
Mary en Rudolf sloten in 1889 een mysterieus zelfmoordpact dat de geschiedenis is ingegaan als het Mayerling-incident of het Mayerlingdrama*, naar het jachtslot waar het tweetal dood werd gevonden. Je zou kunnen zeggen dat de dubbele zelfmoord een keerpunt in de geschiedenis betekende. Rudolf was de enige zoon van keizer Franz-Joseph, waardoor de troonopvolging drastisch op de schop moest. Denk nou niet dat er ineens een zus van Rudolf op de troon zou komen: in eerste instantie werd Rudolfs oom naar voren geschoven, en in 1896 zijn volle neef Franz-Ferdinand, die op zijn beurt in 1914 werd vermoord, wat de min of meer rechtstreekse aanleiding werd voor de eerste wereldoorlog.
Het Mayerling-incident is niet alleen door zijn politieke 'consequenties' interessant. Vermoedelijk was het de eerste keer dat een gebeurtenis aan het hof op zo'n grote schaal leidde tot wilde speculaties. Rudolf leed al langer aan Stimmungsschwankungen. (Hij schijnt een maand eerder zelfs een soortgelijk zelfmoordpact te hebben voorgesteld aan de actrice Mizzi Kaspar, zijn andere minnares.) Algemeen wordt aangenomen dat hij eerst de barones een kogel door het hoofd joeg en daarna zichzelf.
Toen het stel eenmaal gevonden was, werd van alles in het werk gesteld om het schandaal te verbergen. In het holst van de nacht werden Mary's ooms opgetrommeld om haar lijk zo discreet mogelijk te verwijderen. Volgens de overlevering werd ze tussen haar ooms in een rijtuig gezet, met een bezemsteel in haar jasje zodat ze rechtop zou blijven zitten. Ze werd in allerijl begraven bij de Cisterciënzer abdij in Heiligenkreuz.
Het lichaam van Rudolf werd opgebaard in de Hofburg. Volgens de officiële lezing was hij overleden aan een hartstilstand. Dat bleek lastig vol te houden toen buitenlandse journalisten de ware toedracht van zijn dood ontdekten. Het heeft nog flink wat moeite gekost om de zelfmoordenaar in de gewijde keizerlijke grafkelder te laten bijzetten. Uiteindelijk moest er een dispensatie van het Vaticaan aan te pas komen, waarin werd verklaard dat hij 'geestelijk onevenwichtig' was.
Het geheimzinnige gedoe rondom het incident leidde tot een stortvloed van complottheorieën die amper uit elkaar te houden zijn. Moord, zelfmoord, een fatale ruzie, een mislukte abortus, een vergiftiging - er is zelfs een versie van het verhaal waarin de kroonprins en zijn vriendinnetje door vrijmetselaars zouden zijn omgelegd. Het graf van Mary werd nog driemaal geopend. De laatste keer, in 1991, gebeurde dat illegaal door een zekere Helmut Flatzelsteiner**, een meubelhandelaar uit Linz, die op eigen houtje een sectie op het skelet liet uitvoeren.
Door de vondst van de brieven lijkt de algemeen aanvaarde moord-zelfmoordlezing te worden ondersteund. Wie niet gelooft in een fatale combinatie van romantische Schwärmerei en mentale instabiliteit komt met de brieven zelf niet heel veel verder. Het zijn maar een paar gehaaste kladjes, met hier en daar een spelfout, op briefpapier van het jachtslot:
'Liebe Mutter - Verzeih mir was ich gethan. - Ich konnte der Liebe nicht wiederstehen. In Übereinstimmung mit Ihm will ich neben Ihm im Friedhof von Alland begraben sein. - Ich bin glügklicher im Tod als im Leben.'
Van het Habsburgse keizerrijk is niet veel meer over dan een kleine republiek. Het keizerlijk huis is gereduceerd tot een familie van adellijke politici en zakenlui. Rudolfs vrouw Stéphanie, met wie hij een opgedrongen en ongelukkig huwelijk had, hertrouwde in 1900 en is in Hongarije begraven. Er lijkt geen gegronde reden te zijn om Mary's laatste wens niet alsnog te respecteren. Maar het kerkhof van Alland wacht nog steeds op de illustere gasten.
*) Voor de liefhebbers van Elsschot voegen we daar nog aan toe: Mayerlingdraak, Mayerlingkwestie, Mayerlingroman, Mayerlingbeproeving, Mayerlingwond.
**) Ik kan het ook niet helpen.
Mayerling (II)
Om met de grote jongens mee te spelen
moet je je laatste woorden redigeren,
we hebben in de slotscènes geen tijd
voor toespraken op handgeschepte vellen.
We moeten aan je recensenten denken
die, in geairconditionede archieven
op zoek naar wat warmbloediger vermaak,
verlekkerd grutten in je afscheidsbrieven,
geërgerd je gehaaste krabbels spellen,
ze gul voorzien van rode potloodstrepen,
en zure [sic!]jes in de kantlijn schrijven,
die met hun smetteloos geschoeide jatten
nog pulken aan een slecht genezen wond
en zullen blijven spitten in het gat
waarin je met een bezem in je lijf
bent weggemoffeld als een dooie hond.
maandag 4 januari 2016
Weg met nieuwjaarsdag!
Het is te hopen dat u een gezonde slaper bent. Zo niet, dan kent u ze ongetwijfeld. Omdat er in geen enkele taal een woord voor schijnt te wezen noemen we ze, met uw welnemen, De Spoken van Vier Uur. Het zijn de kwelgeesten waarover Bloem het heeft:
Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood
De Spoken schijnen een voorkeur te hebben voor de nanacht, de uren vlak voor zonsopgang. In de geest van de rechtgeaarde insomniac wakkert het minste kuchje aan tot open TB, wordt ieder spierpijntje opgeblazen tot een tumor zo groot als een tennisbal en leidt de aanschaf van een iets te duur boek tot een budgettair Tsjernobyl, met verlies van have en goed als gevolg. Uren later, wanneer het daglicht door de ramen valt, een hete douche en dito koffie hun stichtende werk hebben verricht, blijkt het allemaal best mee te vallen. De kuchjes zijn verdwenen. De tumor wordt een maandje uitgesteld. Met een beetje mazzel komen er zelfs nog flappen uit de automaat.
Uiteindelijk went alles. Als je het riedeltje met die Spoken zo'n vier à vijfduizend keer hebt afgedraaid kun je ze begroeten als oude bekenden. Word je in het holst van de nacht geplaagd door hypochondrie, paranoïa of pessimisme, dan volstaat een blik op de wekker. Je zult zien dat het vier uur is. Ja hoor, daar zijn de Spoken weer. Kom erin Spoken, pak een stoel, bouw een mooi feessie. Ondertussen draai je je nog even om en slaapt lekker verder tot de wekker gaat. Natuurlijk: op een dag ben je werkelijk de klos, krijg je die beroerte of dat gezwel. Tegen die tijd is het vroeg genoeg om je sappel te maken.
Met oud en nieuw is iets soortgelijks aan de hand. Natuurlijk kun je jezelf wijsmaken dat nieuwjaarsdag een vrijdagmorgen is als alle andere. (Zeg eerlijk: hoe vaak heb je jezelf op, laten we zeggen, 1 oktober pas rond vier uur 's middags horen opmerken: 'Hee kut, het is alweer oktober joh!') Maar de traditie wil dat we tussen december en januari een mentale cesuur aanbrengen die we, godbetert, ook nog moeten gebruiken voor contemplatie en evaluatie. Helaas hebben we daarvoor rond de kerstdagen alle tijd. Als je een beetje pech hebt woon je zelfs op het noordelijk halfrond, en ben je voor die bespiegelingen aangewezen op de donkerste periode van het jaar.
De gevolgen liggen voor de hand. Bij het evalueren van het oude jaar worden de mislukkingen en niet gehaalde doelen uitvergroot tot bovenmenselijke proporties. En in de schemer van een decembermiddag lijkt het nieuwe jaar griezelig lang en onheilspellend. Breed grijnzend, flûte in de hand, wensen we elkaar een gelukkig nieuwjaar en denken ondertussen: in tyfusnaam, laat dit niet het jaar zijn van het massieve infarct, het fatale ongeluk, van de echtscheiding of het niet-zo-leuke-nieuwtje van de oncoloog.
Tot overmaat van ramp is de eerste januari een vrije dag. Een van de weinige vrije dagen, ook nog, waarop het hele openbare leven stil ligt, de consumptiemolen stagneert, waarop we bovendien, in het gunstigste geval, onuitgeslapen en mild bekaterd zijn en, kortom, beroofd van alle wapens waarmee we onszelf normaal gesproken besodemieteren. Om Philip Larkin nou maar eens aan te halen, we
[...] sense the solving emptiness
That lies just under all we do,
And for a second get it whole,
So permanent and blank and true.
Kort en goed, die vrije dag op 1 januari, daar zit niemand op te wachten. En om het een feestdag te noemen is helemáál vergezocht. Hebt u ooit op nieuwjaarsdag een popfestival bijgewoond, over een vrijmarkt gestruind of deelgenomen aan reidansen en defilé's? Nee. Net als ieder ander ligt u op 1 januari te lang in bed, verveelt u zich de pleuris en bent u maar wat dankbaar zodra de tredmolen weer begint en er geen tijd meer is voor morbide overwegingen. Laten we de vrije nieuwjaarsdag inleveren en er een mooie, zonnige voorjaarsdag voor in de plaats nemen. Natuurlijk, het is vervelend om met een katertje naar de zaak te gaan. Maar dat doet u op 28 april immers ook, en geen baas is ooit op het idee gekomen om dáárvoor een vrije dag te geven.
Nieuwjaarsdag
Zo'n nieuwjaarsdag is zonde van de tijd,
een dag van vuile nevels, sneeuw of regen,
om katerig de asbakken te legen,
je te wentelen in ledigheid
en, alle goede voornemens ten spijt,
nog éénmaal tot bij drieën uit te slapen
om niet meteen met Wenerzangerknapen
of schansspringen te worden gekastijd.
De nieuwsdienst blijft de hele dag gewijd
aan dronkenschap en afgerukte handen,
uit de hand gelopen kerstboombranden,
vuistgevechten en losbandigheid.
Geen postbode, geen krant bij het ontbijt,
ook buiten is het somber en verlaten:
oud glas en rode modder in de straten;
de buurman is zijn Duitse herder kwijt.
Een feestdag zonder vreugde of jolijt,
een dag voor slappe thee en aspirine.
een dag om stilletjes te zitten grienen:
zo'n nieuwjaarsdag is zonde van de tijd.
zondag 20 december 2015
Torschlußpanik
Laat me je gat eens zien, ik zal het meten,
het manco dat je diepste wezen is.
Laat me je leegte inventariseren,
kom er eens kijken wat eraan ontbreekt:
een twintig jaar gerekte puberteit,
verplichtingen waarvoor je vluchten mag,
een dekentje om onder weg te kruipen
met pillen tegen de neerslachtigheid
en negentig minuten soap per dag,
twee ouders om complexen aan te praten,
terrasjes om je muntthee aan te zuipen
met je niet al te snuggere vriendinnen.
Een liefde om in schuldgevoel te smoren:
de kerel die je driekwart jaar mag haten
tot het designerwiegje is gevuld
en mama weer met roken mag beginnen.
het manco dat je diepste wezen is.
Laat me je leegte inventariseren,
kom er eens kijken wat eraan ontbreekt:
een twintig jaar gerekte puberteit,
verplichtingen waarvoor je vluchten mag,
een dekentje om onder weg te kruipen
met pillen tegen de neerslachtigheid
en negentig minuten soap per dag,
twee ouders om complexen aan te praten,
terrasjes om je muntthee aan te zuipen
met je niet al te snuggere vriendinnen.
Een liefde om in schuldgevoel te smoren:
de kerel die je driekwart jaar mag haten
tot het designerwiegje is gevuld
en mama weer met roken mag beginnen.
zondag 13 december 2015
Gebruiksaanwijzing
Haar in geheimtaal opgestelde handboek
vol schemerige regels en taboes
heeft (waar je het register zou verwachten)
nog ruimte voor wat bittere notities.
Denk niet dat je het raadsel op kunt lossen
of, op de tast laverend in de nevel
van onuitgesproken marsbevelen,
geroutineerd haar tenen kunt ontzien.
Zet haar op een voetstuk en ze zal
proberen je op armlengte te houden.
Geef haar de ruimte die ze hebben wil:
ze trekt zich in een hoekje terug en zwijgt,
verongelijkt en in de steek gelaten,
ontstemd als een verwaarloosde piano
waarvan, als je erop zou durven spelen,
je prompt het deksel op je vingers krijgt.
vol schemerige regels en taboes
heeft (waar je het register zou verwachten)
nog ruimte voor wat bittere notities.
Denk niet dat je het raadsel op kunt lossen
of, op de tast laverend in de nevel
van onuitgesproken marsbevelen,
geroutineerd haar tenen kunt ontzien.
Zet haar op een voetstuk en ze zal
proberen je op armlengte te houden.
Geef haar de ruimte die ze hebben wil:
ze trekt zich in een hoekje terug en zwijgt,
verongelijkt en in de steek gelaten,
ontstemd als een verwaarloosde piano
waarvan, als je erop zou durven spelen,
je prompt het deksel op je vingers krijgt.
Abonneren op:
Posts (Atom)






