maandag 26 juni 2017
170426
Afgelopen zaterdag voorgedragen bij Reuring in Alkmaar, tijdens de uitreiking van de Meander Dichtersprijs 2017 aan Merel van Slobbe. Een mooie middag, die verder werd opgeluisterd met optredens van Onno-Sven Tromp en Kate Schlingemann (ook uit de top zes van de Meanderprijs) en door Merel zelf. (Hester van Beers en Marjon Zomer, die tweede en derde werden, waren helaas verhinderd.)
Bij Reuring ook het gedicht Capitaine Lévitine testgereden. Ter verklaring: Emmanuel Carrère schrijft in zijn biografie van de Russische schrijver/dichter/dissident/bandiet Edouard Limonov dat diens vader als tweede luitenant van de NKVD een nachtclub mocht runnen, maar dat dit luizenbaantje hem door een collega, een zekere kapitein Lévitine, afhandig werd gemaakt.
Limonov ontwikkelde in zijn latere leven de theorie dat iedereen in zijn leven een persoonlijke 'kapitein Lévitine' heeft, een (al dan niet heimelijke) rivaal die, hoewel je hem als minderwaardig beschouwt, altijd het baantje, het succes, de erkenning, de promotie krijgt waarvan je zelf vindt dat ze jou toekomen. (Zijn eigen kapitein Lévitine was Joseph Brodsky.) Prachtig concept. Citeren we Carrère:
(...) un certain capitaine Lévitine (...), dans la mythologie intime d’Edouard, une figure essentielle : l’intrigant qui travaille moins bien mais réussit mieux que vous, dont l’insolence et la veine de cocu vous humilient, et ne vous humilient pas seulement devant les chefs mais aussi, ce qui est plus grave, devant votre famille, en sorte que votre petit garçon, tout en professant loyalement le mépris des siens à l’endroit de Lévitine, ne peut, même s’il s’en veut, s’empêcher de penser en secret que son père est un peu besogneux, un peu minable, et que le fils de Lévitine a de la chance, tout de même. Edouard développera plus tard une théorie selon laquelle chacun, dans sa vie, a un capitaine Lévitine. Le sien fera bientôt son apparition dans ce livre, sous les traits du poète Joseph Brodsky.
Foto('s) door Conny Lahnstein.
Capitaine Lévitine
En dan, op weg naar huis, de treppenwitz:
je struikelt geel van nijd over het vuil
dat je nog in zijn baan had kunnen trappen,
hapklaar en helder, zomaar voor je voeten.
Zeewaardig als een dooie kabeljauw
drijvend op het tij van z'n kapsones
wasemt 'ie zijn brakke vislucht in
de neuzen van de leeglopers die loensend
als dronken kittens aan zijn lippen hangen,
in vervoering door het roeren van
zijn tong, die naadloos past in het profiel
van zolen die je liever niet wilt proeven.
En jij? Je schaamt je door je dagen heen,
een zieke kat die op z'n wonden ligt,
die blaast naar elke hand die strelen wil
en in een hoekje op z'n gal blijft kauwen.
Rancune is de hoogste staat van trouw,
een averechts instinct dat je verplicht
je kwelgeest te omhelzen en hem als
een Siamese tweeling mee te sjouwen.
je struikelt geel van nijd over het vuil
dat je nog in zijn baan had kunnen trappen,
hapklaar en helder, zomaar voor je voeten.
Zeewaardig als een dooie kabeljauw
drijvend op het tij van z'n kapsones
wasemt 'ie zijn brakke vislucht in
de neuzen van de leeglopers die loensend
als dronken kittens aan zijn lippen hangen,
in vervoering door het roeren van
zijn tong, die naadloos past in het profiel
van zolen die je liever niet wilt proeven.
En jij? Je schaamt je door je dagen heen,
een zieke kat die op z'n wonden ligt,
die blaast naar elke hand die strelen wil
en in een hoekje op z'n gal blijft kauwen.
Rancune is de hoogste staat van trouw,
een averechts instinct dat je verplicht
je kwelgeest te omhelzen en hem als
een Siamese tweeling mee te sjouwen.
dinsdag 13 juni 2017
24 juni: Reuring in Alkmaar
Op de 24e is er werk aan de winkel in Alkmaar bij Reuring, met de uitreiking van de Meanderprijs aan Merel van Slobbe. Voorts met Onno-Sven Tromp, Kate Schlingemann en zelf. Allemaal naar Koekenbier!
woensdag 24 mei 2017
Recensie 'Als engel, maar met roofdierogen'
Het kan dezer dagen niet op chez Meander. In 'Poëzie Kort' een bespreking door Hans Puper van de Baudelairebundel Als engel, maar met roofdierogen van Stichting Spleen, met onder meer aandacht voor het gedicht dat ik daarin schreef, en voor de prachtige bijdrage van Edith de Gilde.
Omdat ik graag eens op mijn eigen trommel sla citeren wij Puper:
Tot mijn verrassing stond een van de genomineerden voor de inmiddels bekendgemaakte Meander Dichtersprijs 2017, Martin Wijtgaard, er ook in. De karakteristiek die ik als jurylid van zijn ingezonden gedichten gaf, komt grotendeels overeen met het gedicht ‘Aaseters’ in deze bundel [...]: ‘Er zijn dichters die je al lang lijkt te kennen als je hen voor het eerst leest. Martin Wijtgaard is een van hen. Met een eigen geluid plaatst hij zich in een traditie die manifest was in de zwarte romantiek, maar die nooit is verdwenen. Zijn mensbeeld zou je kunnen samenvatten met de bekende uitspraak: ‘De mens is de mens een wolf’. Verder noemde ik de vorm van zijn gedichten klassiek en zo goed doordacht, dat ze een uitspraak in herinnering brengen die Piet Gerbrandy in een interview deed: ‘Poëzie is om te horen, ook als je haar stil leest’.
Euh merci Hans, m'n oren tuten nog steeds.
Omdat ik graag eens op mijn eigen trommel sla citeren wij Puper:
Tot mijn verrassing stond een van de genomineerden voor de inmiddels bekendgemaakte Meander Dichtersprijs 2017, Martin Wijtgaard, er ook in. De karakteristiek die ik als jurylid van zijn ingezonden gedichten gaf, komt grotendeels overeen met het gedicht ‘Aaseters’ in deze bundel [...]: ‘Er zijn dichters die je al lang lijkt te kennen als je hen voor het eerst leest. Martin Wijtgaard is een van hen. Met een eigen geluid plaatst hij zich in een traditie die manifest was in de zwarte romantiek, maar die nooit is verdwenen. Zijn mensbeeld zou je kunnen samenvatten met de bekende uitspraak: ‘De mens is de mens een wolf’. Verder noemde ik de vorm van zijn gedichten klassiek en zo goed doordacht, dat ze een uitspraak in herinnering brengen die Piet Gerbrandy in een interview deed: ‘Poëzie is om te horen, ook als je haar stil leest’.
Euh merci Hans, m'n oren tuten nog steeds.
maandag 22 mei 2017
Zelfportret met lier
De dichter is een demagoog
die op zijn bühne brult en dreigt
maar in zijn brieven smeekt en fleemt,
een trieste clown die hielen likt
en handjes geeft en standjes krijgt,
rondjes koopt en stroop moet smeren,
meewaaien met vuile winden,
dingen naar de gunsten van
despoten in het land der blinden,
uitgevers en redacteuren
die censureren, redigeren
wegen en te licht bevinden.
De dichter is een rechercheur,
een speurneus van de kouwe grond.
Hij rommelt in zijn raadsels rond,
noteert iedere vage hint,
toch lost 'ie nooit zijn zaakjes op
omdat hij tegen schimmen vecht,
onzinnige verbanden legt
en enkel nieuwe vragen vindt.
Hij klungelt om de feiten heen
en als het lijk wordt opgedregd
gaan de moordenaars vrijuit
en is de strop voor hem alleen.
De dichter is de kapitein
van een opgegeven schuit.
Hij heeft zich aan de mast gebonden,
en blijft koppig op z'n post
terwijl 'ie God de huid vol scheldt
en schuimbekkend ballades zingt.
De bemanning is gedrost,
de passagiers hebben gemuit
maar als de storm de zeilen scheurt,
schrijft hij: 'Het gaat me voor de wind!'
voor wie, wanneer het schip vergaat,
nog onverhoopt zijn logboek vindt.
De dichter is een therapeut
van niks, een lepe psychopaat
die weerloze patiënten kwelt,
een kwakzalver, een leugenaar
die op de gok zijn wonden slaat
en met veel nattevingerwerk
fatale diagnoses stelt,
een onbeholpen charlatan
die pleisters op tumoren plakt
en armen afzet voor een wrat,
maar op een voetstuk staat omdat
hij zo geslepen praten kan.
De dichter is een kluizenaar,
een eenzame gekwelde geest
die critici en jury's mijdt,
publiek en recensenten vreest,
die in stilte hevig lijdt
onder kritiek die niemand hoort
op versjes die geen hond ooit leest,
maar die als hij geprezen wordt
gewillig zelf de vinger legt
op regels waar nog iets aan schort
en gepikeerd zijn beste werk
genadeloos de grond in boort.
die op zijn bühne brult en dreigt
maar in zijn brieven smeekt en fleemt,
een trieste clown die hielen likt
en handjes geeft en standjes krijgt,
rondjes koopt en stroop moet smeren,
meewaaien met vuile winden,
dingen naar de gunsten van
despoten in het land der blinden,
uitgevers en redacteuren
die censureren, redigeren
wegen en te licht bevinden.
De dichter is een rechercheur,
een speurneus van de kouwe grond.
Hij rommelt in zijn raadsels rond,
noteert iedere vage hint,
toch lost 'ie nooit zijn zaakjes op
omdat hij tegen schimmen vecht,
onzinnige verbanden legt
en enkel nieuwe vragen vindt.
Hij klungelt om de feiten heen
en als het lijk wordt opgedregd
gaan de moordenaars vrijuit
en is de strop voor hem alleen.
De dichter is de kapitein
van een opgegeven schuit.
Hij heeft zich aan de mast gebonden,
en blijft koppig op z'n post
terwijl 'ie God de huid vol scheldt
en schuimbekkend ballades zingt.
De bemanning is gedrost,
de passagiers hebben gemuit
maar als de storm de zeilen scheurt,
schrijft hij: 'Het gaat me voor de wind!'
voor wie, wanneer het schip vergaat,
nog onverhoopt zijn logboek vindt.
De dichter is een therapeut
van niks, een lepe psychopaat
die weerloze patiënten kwelt,
een kwakzalver, een leugenaar
die op de gok zijn wonden slaat
en met veel nattevingerwerk
fatale diagnoses stelt,
een onbeholpen charlatan
die pleisters op tumoren plakt
en armen afzet voor een wrat,
maar op een voetstuk staat omdat
hij zo geslepen praten kan.
De dichter is een kluizenaar,
een eenzame gekwelde geest
die critici en jury's mijdt,
publiek en recensenten vreest,
die in stilte hevig lijdt
onder kritiek die niemand hoort
op versjes die geen hond ooit leest,
maar die als hij geprezen wordt
gewillig zelf de vinger legt
op regels waar nog iets aan schort
en gepikeerd zijn beste werk
genadeloos de grond in boort.
zaterdag 20 mei 2017
De erven
We sturen ze goed uitgerust op pad.
Met een dunne hals voor onze stroppen,
zitvlees voor op de reservebank
en een gezicht om deuren in te slaan
gaan ze van huis en sluiten achteraan,
worden opgetuigd en afgericht,
rechts ingehaald en op de tocht gezet.
Hongerig en vals gehouden met
luchtspiegelingen uit een klein heelal
waar alles weerloos is en niks van waarde
kopen ze dure jassen op de groei,
doorlopend in de veel te diepe zakken
op zoek naar wat we hebben nagelaten.
Als straks de laatste stammen zijn gerooid
kunnen ze eindelijk het erf aanpakken
dat kaalgeslagen voor hun voeten ligt.
We delen een paar schoppen uit en kijk -
ze graven ijverig hun eigen gaten
en gooien zingend onze kuilen dicht.
(Inzending voor de finale van de Meander Dichtersprijs, uiteindelijk goed voor een vierde plek.)
Met een dunne hals voor onze stroppen,
zitvlees voor op de reservebank
en een gezicht om deuren in te slaan
gaan ze van huis en sluiten achteraan,
worden opgetuigd en afgericht,
rechts ingehaald en op de tocht gezet.
Hongerig en vals gehouden met
luchtspiegelingen uit een klein heelal
waar alles weerloos is en niks van waarde
kopen ze dure jassen op de groei,
doorlopend in de veel te diepe zakken
op zoek naar wat we hebben nagelaten.
Als straks de laatste stammen zijn gerooid
kunnen ze eindelijk het erf aanpakken
dat kaalgeslagen voor hun voeten ligt.
We delen een paar schoppen uit en kijk -
ze graven ijverig hun eigen gaten
en gooien zingend onze kuilen dicht.
(Inzending voor de finale van de Meander Dichtersprijs, uiteindelijk goed voor een vierde plek.)
donderdag 18 mei 2017
Onuitgesproken marsbevelen
In afwachting van een nieuw bundeltje, dat ik ergens dit najaar hoop te fabriceren, ben ik van plan om de twee eerder verschenen bundels, 'Zwijgend naar de tering' en 'Drie kogels en een rattenstaart' samen te voegen in een iets meer decent ogende uitgave, van een heuse drukker en zo. Die 'verzamelbundel' moet in de komende weken het levenslicht zien, onder de titel 'Onuitgesproken marsbevelen'. (Slip them into different sleeves, buy both and feel deceived - ik weet het. Maar het zal beeldig staan in uw boekenkast.)
Stranded but I ain't lost yet
Gestrand op de vierde plek bij de Meander Dichtersprijs 2017. Jammer maar helaas. Toch een bossie erg fijne commentaren gehad van de juryleden. Of ik ze mag delen weet ik eigenlijk niet, maar ik doe het gewoon omdat ik het niet laten kan.
Steekt er met kop en schouders bovenuit. Werkt als een van de weinigen bewust, maar ook spaarzaam, met assonantie en ook twee keer mooi met intertekstualiteit.
De drie gedichten hebben een zelfde wrange thematiek, die ook doet denken aan de nieuwste bundel van Alexis de Roode.
*
Ritmisch sterk. Mooi, maar onnadrukkelijk rijm. Én het 'gaat' ergens over (inclusief een vleugje mysterie).
*
Er zijn dichters die je al lang lijkt te kennen als je hen voor het eerst leest. Martin Wijtgaard is een van hen. Met een eigen geluid plaatst hij zich in een traditie die manifest was in de zwarte romantiek, maar die nooit is verdwenen. Zijn mensbeeld zou je kunnen samenvatten met de bekende uitspraak: ‘De mens is de mens een wolf’. Ook formeel past hij in een traditie: de strofebouw doet klassiek aan en zijn heldere, schijnbaar eenvoudige taalgebruik doet denken aan dat van Nijhoff. Hij gebruikt poëtische middelen als alliteraties, binnenrijm en ritme op een onopvallende, maar goed doordachte manier. ‘Poëzie is om te horen, ook als je haar stil leest’, zei Piet Gerbrandy in een interview. Bij Wijtgaard is dat zeker zo.
*
Knap hoe de dichter in een stevig en goed bij het onderwerp aansluitend idioom universele thema's verwoordt. Hij heeft een eigen stem, waarin de ironische ondertoon me bevalt.
*
Een zeer krachtige toon loopt door de drie gedichten en wordt volgehouden. Ritme en klank stuwen de regels vooruit, de beelden zijn scherp.
*
Veel onsamenhangende poëzie dit jaar, hermetische opsomming na opsomming, er worden veel mooie regels geschreven, gestileerde poëzie volgens de regels van het nieuwe "creatieve schrijven"
Maar ik mis in vrijwel alle gedichten een kern, een verhaal. Je kunt wel veel mooie regels maken en die achter elkaar plakken, maar wat zeg je nou eigenlijk? Als niemand je snapt weet je niks te delen.
Eigenlijk zijn er maar twee dichters die dat stramien ontspringen, die het lef hebben in gewoon toegankelijk Nederlands te schrijven, met een kop, een midden en een staart in de gedichten, en dan nog sterke poëzie afleveren. Geen aangeleerde poëzie maar geleefde poëzie. Van die 2 is Martin Wijtgaard mijns inziens de beste.
(De andere is Marjon Zomer.)
*
Weet een heldere lijn te combineren met een herleesbare inhoud. Verbindt gedachte en vorm op een muzikale en zinnige manier.
*
Een sterk parlando dat in een krachtig ritme de lezer langs toegankelijke beelden voert. Tegelijkertijd beklemmend, mysterieus, goed gelaagd en nieuwsgierigmakend ook vanwege de duisterheid van het 'verhaal'. Wars van quasidiepzinnigheid, geen gedreven of overdreven poëtisch taalgebruik. Gedichten die je wil herlezen en herkauwen.
Steekt er met kop en schouders bovenuit. Werkt als een van de weinigen bewust, maar ook spaarzaam, met assonantie en ook twee keer mooi met intertekstualiteit.
De drie gedichten hebben een zelfde wrange thematiek, die ook doet denken aan de nieuwste bundel van Alexis de Roode.
*
Ritmisch sterk. Mooi, maar onnadrukkelijk rijm. Én het 'gaat' ergens over (inclusief een vleugje mysterie).
*
Er zijn dichters die je al lang lijkt te kennen als je hen voor het eerst leest. Martin Wijtgaard is een van hen. Met een eigen geluid plaatst hij zich in een traditie die manifest was in de zwarte romantiek, maar die nooit is verdwenen. Zijn mensbeeld zou je kunnen samenvatten met de bekende uitspraak: ‘De mens is de mens een wolf’. Ook formeel past hij in een traditie: de strofebouw doet klassiek aan en zijn heldere, schijnbaar eenvoudige taalgebruik doet denken aan dat van Nijhoff. Hij gebruikt poëtische middelen als alliteraties, binnenrijm en ritme op een onopvallende, maar goed doordachte manier. ‘Poëzie is om te horen, ook als je haar stil leest’, zei Piet Gerbrandy in een interview. Bij Wijtgaard is dat zeker zo.
*
Knap hoe de dichter in een stevig en goed bij het onderwerp aansluitend idioom universele thema's verwoordt. Hij heeft een eigen stem, waarin de ironische ondertoon me bevalt.
*
Een zeer krachtige toon loopt door de drie gedichten en wordt volgehouden. Ritme en klank stuwen de regels vooruit, de beelden zijn scherp.
*
Veel onsamenhangende poëzie dit jaar, hermetische opsomming na opsomming, er worden veel mooie regels geschreven, gestileerde poëzie volgens de regels van het nieuwe "creatieve schrijven"
Maar ik mis in vrijwel alle gedichten een kern, een verhaal. Je kunt wel veel mooie regels maken en die achter elkaar plakken, maar wat zeg je nou eigenlijk? Als niemand je snapt weet je niks te delen.
Eigenlijk zijn er maar twee dichters die dat stramien ontspringen, die het lef hebben in gewoon toegankelijk Nederlands te schrijven, met een kop, een midden en een staart in de gedichten, en dan nog sterke poëzie afleveren. Geen aangeleerde poëzie maar geleefde poëzie. Van die 2 is Martin Wijtgaard mijns inziens de beste.
(De andere is Marjon Zomer.)
*
Weet een heldere lijn te combineren met een herleesbare inhoud. Verbindt gedachte en vorm op een muzikale en zinnige manier.
*
Een sterk parlando dat in een krachtig ritme de lezer langs toegankelijke beelden voert. Tegelijkertijd beklemmend, mysterieus, goed gelaagd en nieuwsgierigmakend ook vanwege de duisterheid van het 'verhaal'. Wars van quasidiepzinnigheid, geen gedreven of overdreven poëtisch taalgebruik. Gedichten die je wil herlezen en herkauwen.
dinsdag 16 mei 2017
Plaatjes uit Gent
(Foto's via Anneke Wasscher.)
donderdag 11 mei 2017
13 mei: Baudelairepresentatie Gent
dinsdag 18 april 2017
2 juli: Poëzie in de Pastorie
Op 2 juli hoop ik in Holsbeek tijdens Poëzie in de Pastorie 2017 een hagepreek te houden in een Vlaamse pastorietuin. (Of moet ik zeggen een Brabantse pastorietuin? Naar ik wel eens ondervonden heb ligt dat soort kwesties gevoelig.) Je vindt me dichtbij de festivalbar met lokale bieren & wijnen, leesbril aanbevolen.
23 april: Eijlders Dichters in Het Hijgend Hert
Komende zondag stuurt café Eijlders een delegatie naar Breda om te komen voorlezen in café Het Hijgend Hert (Der Jacht Ontkomen). De middag wordt georganiseerd in samenwerking met 1m2 Podium.
Du coté de chez Eijlders treden de volgende dichters op:
Tonny Hollanders, Robin Veen, Marten Janse, Katelijne Brouwer, Kate Schlingemann, Antoinette Sisto, Muriel Kasmin, Ria Westerhuis, Hans F. Marijnissen, Martin Wijtgaard, Conrad van de Wetering, Ton Huizer, Walter Ligtvoet, Jan Wagenaar, Johannes Engel-Berti en Jolies Heij.
En vanuit 1m2 Podium:
Lamy Lame, Marijke Hooghwinkel, Lea Theunissen, Peter Lauwerijssen, Kees van Meel en Selma Oueddan.
170418
Er zijn beroerdere manieren om een eerste paasdag door te brengen dan met een dichtmiddag bij Eijlders. Ditmaal met Mieke van Zonneveld als gastdichter. (Staat haar bundel Leger al in uw boekenkast? Of beter, ligt hij op uw nachtkastje? Niet? Ga u schamen. Als u daarmee klaar bent, ga dan onmiddellijk naar de boekhandel en beter uw wegen. Zelf ga ik een nachtkastje timmeren.)
Foto door Willem Mesman.
maandag 3 april 2017
170403
Bewegende beelden van (een deel van) mijn bijdrage aan Cantina Poëtica in Alkmaar, gistermiddag. Zelden in zo'n mooie salon (ja, een porseleinkast in mijn nek en een vleugelpiano onder mijn oksel, verdomd, salon is het woord) mogen voordragen, samen met dichters Anneke Wasscher en Elbert Gonggrijp en zanger Gerared Willems. Intieme setting. Erg select publiek (ongetwijfeld was het mooie weer daar debet aan - of half poëzieminnend Alkmaar zat naar Ajax-Feijenoord te kijken, dat kan ook). Maar wel erg fijne mensen. En mooi gepresenteerd door Nina Barhorst. Altijd leuk om in Alkmaar te lezen.
Het filmpje is - als ik me niet vergis - gemaakt door Conny Lahnstein.
donderdag 9 maart 2017
12 maart: Als Engel, maar met roofdierogen
Aanstaande zondag wordt bij Scheltema (de boekhandel, niet het café - helaas) de bundel 'Als engel, maar met roofdierogen' gepresenteerd. De bundel bevat veertig gedichten van Charles Baudelaire en veertig bespiegelingen daarop van hedendaagse Nederlandse en Vlaamse dichters, zowel in het Nederlands als in het Frans. Bij Scheltema zullen Koos Hagen, Pauline Pisa, Jolies Heij, Marc Eyck, Anke Labrie, Simon Mulder, Lans Stroeve, Adriaan Krabbendam, Antoinette Sisto, Robin Veen, Frans Terken en ikzelf komen voordragen.
Zondagmiddag zal ik niet alleen mijn eigen gedicht voordragen, maar ook, samen met Jolies Heij, een deel van de Nederlandse Baudelaire-vertalingen door Peter Verstegen. De presentatie is in handen van Jos van Hest en de middag is georganiseerd door Kees Godefrooij en Stichting Spleen.
(Zie het affiche - van mijn hand, sprak hij bescheiden - voor de namen van de deelnemende dichters.)
Abonneren op:
Posts (Atom)









