maandag 7 december 2015

Live Fast, Die Old


Het is een prachtcliché: wanneer een kunstenaar te jong aan z'n einde komt, wordt vroeg of laat gevraagd welke meesterwerken ons door de neus zijn geboord. Niemand betwijfelt dat ieder nieuw album van Jeff Buckley fenomenaal zou zijn geweest. Marilyn Monroe zou zijn uitgegroeid tot de grand old lady van de Amerikaanse cinema. En hoe lang zou de verbouwing van het Van Goghmuseum hebben geduurd als Vincent de tachtig had gehaald?

Je kunt de vraag ook omkeren. Gek genoeg gebeurt dat zelden. Zou Rimbaud, als hij na z'n negentiende nog een letter op papier had gezet, niet stomweg zijn vergeten? Zouden Hendrix' gitaarstormen zijn geluwd tot Santana-achtige windjes? Zou Keith Haring zijn ontmaskerd als een neurotische, zichzelf herhalende kriebelaar? Geen hond vraagt het zich af. Er wordt achteloos aangenomen dat ze hun hele leven jong & geniaal zouden zijn gebleven.

Te vroeg gestorven artiesten worden bij overlijden gecanoniseerd en blijven vanaf dat moment bevroren onder een stolp. Buiten loopt de tijd gewoon verder. We worden ouder, krijgen kinderen, maken vergissingen, lezen boeken en vechten oorlogen waar we twintig jaar geleden niet eens van droomden. Maar John Lennon blijft ons wollig aanstaren vanachter dat brilletje. Sylvia Plath, voorgoed opgesloten in haar rol van bedrogen, depressieve huismoeder, is al een halve eeuw een feministische martelares. John Keats zal voor eeuwig een thing of beauty blijven.

Niemand wil geloven dat Jim Morrison, op zijn veertigste, strontvervelende prog-rock zou zijn gaan maken. (Twee woorden, mensen: Ray Manzarek.) Niemand kan zich James Dean op z'n vijftigste voorstellen - als een soort vette Marlon Brando. The horror! The horror!

Dan hebben we het nog niet gehad over de middelmatigheid die we van jong gestorven helden tolereren. Sid Vicious, een van de beroemdste bassisten van de jaren '70, kon zijn instrument amper vasthouden. Jotie T'Hooft heeft heel mooie gedichten geschreven, maar veel van zijn werk zou bij elke consciëntieuze uitgever in de papierversnipperaar zijn beland. Nick Drake zou zijn afgeserveerd als een saaie neuzelaar, als 'ie zich niet op zeker ogenblik had volgeduwd met pillen.

Voor kunstenaars met wat meer, euh, zitvlees moet het wel eens frustrerend zijn. Die arme Tolstoj heeft zich tot z'n 82e het lazarus moeten schrijven, terwijl Emily Brontë op een voetstuk staat, allemaal op het krediet van één enkele roman. Over het latere werk van Vasalis wordt vaak meewarig gedaan, maar als ze op haar 46e was gecrepeerd was ze onaantastbaar geweest. Als David Bowie een keertje een zwakke plaat maakt vallen de critici over hem heen, terwijl Kurt Cobain al na 27 jaar en drieënhalve plaat van het gezeik af was. Wie heeft hier nou de wereld verkocht?

Al met al kun je maar het beste een laatbloeier zijn. Het heeft een hoop voordelen. Niemand zet je onder druk om je vroege werk te evenaren. Je kunt tientallen jaren blijven dagdromen over een schitterend debuut. Je kunt je jeugdzonden zelf in de open haard mikken, voor ze in handen vallen van geldzuchtige uitgevers of platenbonzen. En je wordt nog lekker oud op de koop toe.


Meubilair

Het achteloze savoir-faire
waarmee een man van zestig jaar
een opdracht op het schutblad krast
gaat hem nog niet zo lekker af,

nu plotseling, zoals dat heet,
'een nieuw publiek zijn werk ontdekt'
en hij na jaren lauw applaus
probleemloos volle zalen trekt,

nu vier decennia te laat
zijn jongensdroom bevredigd wordt
door een gehoor van jonge vrouwen
dat Stimorols zit bloot te kauwen

en in de leuke startersflat
zijn bundel op het plankje schikt
tussen de ansicht van Doisneau
en het cd'tje van Piaf.

Nu enkel nog de Rietveldstoel
en het is af.

Nazorg

Er is een spreekgestoelte neergepoot,
een microfoon voor roerende betogen,
er zijn wat tissues voor betraande ogen
(al houden we ons liever dapper groot).

Hij heeft, nog voor z’n laatste ademstoot,
de platenkeus zorgvuldig overwogen,
er is gebak en voor een godsvermogen
aan sterke drank voor bij het middagbrood.

We nemen zichtbaar opgelucht een glas
en doen ons aan de sandwiches tegoed.
Terwijl we onze dorst en honger stillen

rolt hij, alleen met z’n geklede jas,
het laatste restje toekomst tegemoet
waar wij nog even niks van weten willen.

Nazorg (Robin Veen Remix)

Er is een spreekgestoelte neergepoot,
een microfoon voor roerende betogen,
er zijn wat tissues voor betraande ogen
(al houden we ons liever dapper groot).

Hij heeft, nog voor z’n laatste ademstoot,
de platenkeus zorgvuldig overwogen,
er is gebak en voor een godsvermogen
aan sterke drank voor bij het middagbrood.

Dus heffen we het glas op Robin Veen
en doen ons aan zijn sandwiches tegoed.
Terwijl we onze dorst en honger stillen

rolt hij, met zijn geklede pak alleen,
het laatste restje toekomst tegemoet
waar wij nog even niks van weten willen.

maandag 30 november 2015

151130


Afgelopen zaterdag voorgelezen bij Reuring, het podium van Alja Spaan in Alkmaar, samen met Elly Stolwijk, Edith de Gilde en Wouter van Heiningen. Een prachtpodium met mooie collega-dichters, een heel fijn publiek en (natuurlijk) een toffe organisatie.

Het thema van de middag was 'dood en vergankelijkheid', en de aanwezige dichters wisten er - ieder op hun eigen wijze - wel weg mee. Voor degenen wier lichaamstemperatuur nog rond de 37° schommelt was het beslist de moeite. Meer zulke podia!

Een verslagje van de hand van Alja vind je hier en vier van de voorgelezen gedichten, van Edith, Wouter, Elly en zelf staan hier.

(De foto is van Sandrine Mary.)

maandag 23 november 2015

151123

Gisteren verscheen onderstaande column (met bijbehorend gedicht) op Pomgedichten. De column moet een tweewekelijks verschijnsel worden, de bedoeling is dat dat op maandagen gaat gebeuren.

Oorlogshonden



We gaan dood. Niks nieuws onder de zon. Sinds het ontstaan van de mensheid zijn een dikke tienduizend generaties ons voorgegaan. Toch kunnen we er maar niet aan wennen. De wetenschap verandert daar niks aan. Naarmate we onze levensverwachting tot absurde proporties oprekken, wordt het einde almaar confronterender.

Het gevolg is dat onze rouwrituelen langzaamaan een potsierlijk karakter krijgen. Vooral wanneer het sneven plotseling en massaal is. Een tros witte ballonnen in Parijs, knuffels en zonnebloemen, stille tochten, 'Imagine' in de hal van het Centraal, de ganzenpas van Russische soldaten, een toespraak van Mark Rutte op 4 mei - de Dood jaagt als een rover door het land, met Kolder als een aapje op z'n schouder. Het kan nog erger.

Het meest groteske oorlogsmonument ter wereld is misschien het Ossuaire de Douaumont. Het werd geopend in 1932, zestien jaar na de slag om Verdun. Het kolossale gebouw ligt zes kilometer ten noorden van die stad. Voor de deur liggen 16.142 Franse soldaten in keurige rijtjes begraven. Maar in het gebouw zelf liggen de botresten van 'environ' 130.000 onbekende soldaten, Fransen én Duitsers, door de geschiedenis broederlijk op een hoop gekwakt. Door 46 ruitjes, die in de loop van de tijd een beetje vettig uitgeslagen zijn, sta je oog in oog met massieve hoeveelheden botten, ribbenkasten en schedels van Boches en Poilus.

Wordt de dood hier verheerlijkt of verfoeid? Je komt er niet achter. Het ossuarium is een tweeslachtig monster, dat balanceert tussen patriottisch militarisme en het geïnstitutionaliseerd pacifisme dat vlak na de eerste wereldoorlog opgeld deed: 'Plus jamais la guerre!', 'Nie wieder Krieg!'. De 46 meter hoge toren, voorzien van roterende schijnwerpers die 's nachts de slagvelden belichten, steekt als een joekel van een vinger de lucht in. Duitsers noemen zoiets een 'Mahnmal', een term die in onze taal ontbreekt. (Natuurlijk zou je het woord 'manument' kunnen verzinnen, maar laten we Kees van Kooten niet het gras voor de voeten wegmaaien.)

Het andere uiterste vinden we dichter bij huis. Op de Utrechtse Heuvelrug ligt, in een mausoleumpje ter grootte van een garage, de laatste Duitse keizer. Het geval bevindt zich in de tuin van Huis Doorn, waar Kaiser Wilhelm zijn jaren in ballingschap sleet. Nog jaarlijks komen Duitse monarchisten er op zijn sterfdag bij elkaar. Af en toe komt een achterkleinhohenzollern de bloemen verversen. Verder ligt de keizer daar alleen.

Nou ja, niet helemaal alleen. In het grasveld voor het mausoleum, op gepaste afstand van 's keizers tenen, liggen vijf kleine grafstenen. Niet van zijn kinderen, zijn vrouwen of zelfs van zijn adjudanten, maar van de vijf dashondjes die hem in Doorn gezelschap hielden. Wie door de ruitjes van Douaumont gekeken heeft, kan de ironie niet ontgaan. Keurig in het gelid liggen ze daar, met militaire eer lijkt het, en in het midden, onder de vleugels van een grote bronzen adelaar, het lievelingsteckeltje van de keizer:

'Die treue SENTA 1907 - 1927 Begleitete Seine Majestät den Kaiser im Welt Kriege 1914-1918'


Twintig jaar, voor een dashond is het een hele leeftijd. De Frontschweine van Verdun mochten hun handen dichtknijpen als ze het haalden.


Senta

Al worden ze wat lager aangeslagen
dan koppelriemen en geroeste kruizen,
hun botten worden na een dikke eeuw
nog af en toe door ploegscharen geschud.

Door duizendponders uit elkaar gerukt
verbroedert het verstookt kanonnenvlees,
los gestort per kuub in knekelhuizen
en greppels bij Diksmuide of Douaumont.

De meer getalenteerde oorlogshonden,
die onder nederlaag en muiterij
stram in de houding pootjes bleven geven,
volgden de drilsergeant in ballingschap

om ongeschonden, ver achter het front,
nog één keer op commando om te rollen
en onder een gemanicuurd gazon
mooi dood te liggen in neutrale grond.

zondag 15 november 2015

151115


Eijlders dichtmiddag, 15 november 2015.

dinsdag 20 oktober 2015

151020

Drie nagekomen gedichten. 'Finish' en 'Stalker' verschenen in de afgelopen maanden op de Pom. 'Onschadelijke mensen' werd op 20 september voorgedragen bij Eijlders en op 21 september bij de Poëzieslag in Festina Lente.

Stalker

Alsof de sleutels aan mijn bos
nog op je deuren zouden passen
sluip ik wanneer het donker wordt
zo af en toe voorbij je huis,

behandel ik in ijltempo
(voor je me in de rede valt)
de ingekomen stukken
en de openstaande rekeningen.

Ik heb voor alle zekerheid
voor twee te drinken meegebracht
stoot tegen beter weten in
op je gezondheid aan,

voel soms de neiging om te zwaaien
wanneer iemand het licht opsteekt -
schrik me in zijn plaats wezenloos
dat ik een vreemde vent zie staan.

Finish

Tenzij er nog iets is dat je wilt delen,
een fles, een huidinfectie of een kind,
leun ik graag achterover om te kijken
hoe je, consequent tot op het bot,
je sleetse muil over de eindstreep schuift.

Spugend op een warme passagiersstoel
heb je voor alles wat je denkt en doet
naar rijst en regen meurende motieven.

Je schroeit met Camels gaten in je aura,
schuurt je gipsen neus totdat-ie bloedt
en maakt, door op de stoep van het café

plat op je bek te zwaaien met je armen,
een engel in de versgevallen sneeuw,
neuriënd met de ambulance mee.

Onschadelijke mensen

Don't struggle like that, I will only love you more.
ROBERT SMITH

Wees op je hoede voor onschadelijke mensen
die met muizetanden kaakjes knagen
in wolken van geblauwseld haar
en vijftig tinten Vroom & Dreesmannbruin.

Hun open voordeur is een val
die toeklapt op een aardig woord:
ga binnen en ze klampen zich
hardnekkig als een virus vast
met kiekjes van hun bloedverwanten,
klachten over ziekenhuizen,
Oisterwijkse meubelstukken,
biedermeier theeserviezen,
postzegelverzamelingen,
kunstig afgedwongen decoraties

en dringende adviezen voor de tuin.

Verzet je niet: bescheidenheid
maakt het roofdier in ze wakker.
Aanvaard de aangeboden thee,
bereken je ontsnappingskansen:
vroeg of laat móét iemand bellen
met groetjes of een doodsbericht.
Gebaar naar staartklok of horloge,
trek
– je spijtigste gezicht;
– een sprintje naar de buitendeur en
– deze hard achter je dicht.

Wees op je hoede voor onschadelijke mensen,
ze hebben het beste met ons voor
het beste met ons voor
het beste.

maandag 19 oktober 2015

151019

Twee gedichten die gisteren bij Eijlders van de helling liepen: 'Dit is een land' (een werktitel eigenlijk, omdat 'Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié de moi et de ce pauvre peuple' niet op één regel past), een slamdicht als pleidooi voor, hm, een nieuw nationaal elan, en verder ook 'Volledige Vergunning', geïnspireerd door vriend N., die onlangs uit de Jellinek is ontsnapt en ter gelegenheid daarvan opmerkte dat 'we op een dag de rekening zullen krijgen'. Een omineuze gedachte.

Volledige Vergunning

I

Berekenend als een ontaarde moeder
zette ze haar fuiken in de stroom:
ze schilderde een laconieke toekomst,
ik sloot er de hypotheek op af.

Ze zoogde me in tochtige portieken,
schonk me clandestiene vergezichten,
vroeg op de meest gênante ogenblikken
de rente van nooit teruggevonden jaren.

Ze kan of wil nog altijd niet vertellen
van wie m'n scheve linkerhanden zijn,
de zwakke knieën en de kromme rug.
De lijnen rond mijn ogen zijn de hare.

II

Nijdige teef, jaloerse helleveeg,
lamp voor de voet van deurwaarders en slijters,
vehikel voor de eindeloze stront
met vrouwen die ik niet heb kunnen dragen.

Onder de sluier van de ochtendmist
drukt ze soms halve dagen achterover,
maar plant nog elke avond haar attenties
als een hoerenlaars tussen de deur.

Ze turft de achterstallige termijnen:
de rekening mag blijven openstaan
totdat we eindelijk de bodem vinden
waartegen ze haar ei kapot kan slaan.

Dit is een land

Dit is een land te plat voor echte goden.
Sirenen zingen er hun droeve lied
op schema, eerste maandag van de maand,
voor kale, metroseksuele saters.
Zelfs Wodan zou hier voor zijn donderwagen
waarschijnlijk een ontheffing moeten vragen
en nimfen worden duchtig platgespoten
door geëmancipeerde psychiaters.

Dit is een land.

Dit is een land te klein voor heroïek,
waar militairen sterven in hun bed,
maffiabazen op een brommer rijden
en hoerenlopers BTW betalen.
Wie naar de einder jaagt, op avontuur belust,
bereikt na drie kwartier de Noordzeekust
en kan de nasleep van zijn wildste nachten
nog ruimschoots uit de kinderopvang halen.

Dit is een land.

Dit is een land te koud voor revoluties,
waar oproerkraaiers worden doodgeknuffeld,
een muiterij bestraft met overleg
en uren over kleinigheden lullen.
Bij meetings waar we comité's oprichten
om het systeem volledig te ontwrichten
zie je ons militant de straat op stormen
om tijdig de parkeermeter te vullen.

Dit is een land.

Dit is een land te nat voor aspiraties,
maar zolang de dijken het nog houden
mogen we ons graag Batavieren wanen,
woest bier drinkend uit miniscule glaasjes.
Voor ons geen slagveld en geen heldendood:
geef ons koloniën! Een oorlogsvloot!
Geef ons gember, kruidnagel en peper
en we maken speculaasjes.

dinsdag 22 september 2015

150922

Het was lachen gisteravond bij de opening van het slamseizoen in Festina Lente. Al met al waren er helaas maar zeven dichters, maar in elk geval wel Ditmar Bakker, Katelijne Brouwer en Erica DE Stercke (die nota bene helemaal uit Gent was komen afzakken, en niet voor Jan Lul ook).

Is het heel raar om te zeggen dat een dichter, wiens naam je even ontschoten is, je eeuwig zal bijblijven? Als ik me niet vergis heette hij Michael, maar in elk geval vergastte hij het publiek, na wat inleidende woorden, op tweeënhalve minuut stilte. Een mild desoriënterende ervaring. Stond 'ie op het punt stond om een beroerte te krijgen? Zou hij gaan huilen?

Dichters die hun klassieken kennen begonnen alvast te zoeken naar een zuurstofapparaat, of in elk geval naar een glas water, maar gelukkig bleek het allemaal mee te vallen en was hier sprake van conceptuele kunst à la John Cage en Ciccone Youth. Of er ook van poëzie sprake was is een vraag die ik pas hoop te hoeven beantwoorden als ik ooit nog een keer in een jury mag plaatsnemen. Eerder niet.

Verder bracht Ditmar een aantal sonnetten en een halve roman in Ollekebollekes (waarin volop lichaamssappen werden uitgewisseld - door de protagonisten uiteraard, de dichter zelf hield het droog) en was er een indrukwekkende reeks gedichten van Katelijne, niet alleen over fenneks (fennecs?) maar ook over olifantenpenissen en de huidplooien (of waren het afgezakte pantalons?) waarin olifanten die plegen te verbergen.

Werkelijk, don't shoot the messenger.

Dan is het in een derde ronde toch lastig als je als eerste beginnen moet. Omdat zoiets me nog nooit overkomen is had ik twee all-singing-all-dancing juggernauts van gedichten in stelling gebracht, thuis afgeklokt op 4'30". De komende nachten moet ik me maar eens gaan afvragen of dat nou wel zo'n snugger idee was. Want Erica DE Stercke, de andere finalist, ging als een bulldozer uit de blokken en deed in een misschien niet helemaal afgeklokte, maar ijzersterke set de tiendaagse veldtocht nog eens dunnetjes over. De envelop met de juryprijs gaat morgen dan ook via Leiden, Dordrecht, Kalmthout, Antwerpen en Sint-Niklaas naar Gent.

Maar wie geeft er om enveloppen. De fles met daarin 0,75 liter publieksprijs ligt inmiddels in de kelders van Château Wijtgaard en zal binnenkort met een Boeuf Bourguignon, een Coq au Vin of een lamsstoof met abdijbier genuttigd worden. Want het is herfst mensen, het seizoen is weer geopend.