donderdag 9 maart 2017

12 maart: Als Engel, maar met roofdierogen


Aanstaande zondag wordt bij Scheltema (de boekhandel, niet het café - helaas) de bundel 'Als engel, maar met roofdierogen' gepresenteerd. De bundel bevat veertig gedichten van Charles Baudelaire en veertig bespiegelingen daarop van hedendaagse Nederlandse en Vlaamse dichters, zowel in het Nederlands als in het Frans. Bij Scheltema zullen Koos Hagen, Pauline Pisa, Jolies Heij, Marc Eyck, Anke Labrie, Simon Mulder, Lans Stroeve, Adriaan Krabbendam, Antoinette Sisto, Robin Veen, Frans Terken en ikzelf komen voordragen.

Zondagmiddag zal ik niet alleen mijn eigen gedicht voordragen, maar ook, samen met Jolies Heij, een deel van de Nederlandse Baudelaire-vertalingen door Peter Verstegen. De presentatie is in handen van Jos van Hest en de middag is georganiseerd door Kees Godefrooij en Stichting Spleen.

(Zie het affiche - van mijn hand, sprak hij bescheiden - voor de namen van de deelnemende dichters.)

One Mic Stand, Oostende, 10 maart


Morgenavond om zeven uur kom ik voorlezen bij One Mic Stand in Rid'o aan het Leopold-I-Plein in Oostende, met Anissa Bouijdaini, Siebrand, Martijn Nelen en, last but not least, Poëziebus fellow-traveller Younes a.k.a. Spitler. Dus mocht je nou toevallig in de buurt wezen (zo ver is het nou ook weer niet): komt dat zien!

maandag 27 februari 2017

Toeren geblazen!


Zo. De afgelopen tijd was het een beetje rustig aan het podiumfront, maar inmiddels is het balboekje weer aardig gevuld. Komende zondag trappen we af bij PepperPlus in de Gouden Bal te Eindhoven. (Dat wordt, geloof het of niet, mijn eerste optreden op Brabantse bodem. Op Nederlands-Brabantse bodem in elk geval, want in Leuven was ik al een keer.) De voorlopige agenda:

2017-03-05, 15.00, Eindhoven: De Gouden Bal, PepperPlus
2017-03-10, 20.00, Oostende (B): Rid'O, One Mic Stand
2017-03-12, 14.00, Amsterdam: Boekhandel Scheltema, Presentatie Baudelairebundel
2017-03-19, 16.00, Amsterdam: Eijlders, Dichtmiddag
2017-04-02, 14.00, Alkmaar: Cantina Architectura, Cantina Poëtica
2017-05-13, 14.00, Gent (B): Poëziecentrum, Presentatie Baudelairebundel
2017-07-02, 14.00, Holsbeek (B), Pastorietuin: Poëzie in de Pastorie

Je t'adore à l'égal de la voûte nocturne


Ter gelegenheid van het 150e sterfjaar van Charles Baudelaire brengt Stichting Spleen dezer dagen de bundel 'Als engel, maar met roofdierogen (Je t'adore à l'égal de la voûte nocturne)' uit, waarin 40 Vlaamse en Nederlandse dichters een eerbetoon brengen aan Baudelaire en zijn werk.

Elke dichter heeft een gedicht uit 'Les Fleurs du Mal' gekregen, in het Frans en in de Nederlandse vertaling van Peter Verstegen, met de opdracht om daarop een eigen gedicht te baseren, dat op zijn beurt weer in het Frans wordt vertaald. (Volgt u 'm nog? Gewoon doorlezen.)

Zelf kreeg ik 'Une Charogne' - op de een of andere manier schijn ik macabere thema's aan te trekken - en schreef als bespiegeling daarop het gedicht 'Aaseters', naar het Frans vertaald als 'Charognards' door mijzelf en (mijn innig beminde) Sandrine Mary, die tevens de Franse tekstredactie van de bundel en een deel van de andere vertalingen op zich heeft genomen.

En hoe ziet zuks d'r nou uit Martin, met die krengen en die aaseters en zo? Wel, u wilde een plastische beschrijving en u kreeg er een. Blij nu?

Hierbij het oorspronkelijke gedicht van Baudelaire:

Une Charogne

Rappelez-vous l’objet que nous vîmes, mon âme,
Ce beau matin d’été si doux:
Au détour d’un sentier une charogne infâme
Sur un lit semé de cailloux,

Les jambes en l’air, comme une femme lubrique,
Brûlante et suant les poisons,
Ouvrait d’une façon nonchalante et cynique
Son ventre plein d’exhalaisons.

Le soleil rayonnait sur cette pourriture,
Comme afin de la cuire à point,
Et de rendre au centuple à la grande Nature
Tout ce qu’ensemble elle avait joint;

Et le ciel regardait la carcasse superbe
Comme une fleur s’épanouir.
La puanteur était si forte, que sur l’herbe
Vous crûtes vous évanouir.

Les mouches bourdonnaient sur ce ventre putride,
D’où sortaient de noirs bataillons
De larves, qui coulaient comme un épais liquide
Le long de ces vivants haillons.

Tout cela descendait, montait comme une vague,
Ou s’élançait en pétillant;
On eût dit que le corps, enflé d’un souffle vague,
Vivait en se multipliant.

Et ce monde rendait une étrange musique,
Comme l’eau courante et le vent,
Ou le grain qu’un vanneur d’un mouvement rythmique
Agite et tourne dans son van.

Les formes s’effaçaient et n’étaient plus qu’un rêve,
Une ébauche lente à venir,
Sur la toile oubliée, et que l’artiste achève
Seulement par le souvenir.

Derrière les rochers une chienne inquiète
Nous regardait d’un œil fâché,
Épiant le moment de reprendre au squelette
Le morceau qu’elle avait lâché.

— Et pourtant vous serez semblable à cette ordure,
À cette horrible infection,
Étoile de mes yeux, soleil de ma nature,
Vous, mon ange et ma passion!

Oui! telle vous serez, ô la reine des grâces,
Après les derniers sacrements,
Quand vous irez, sous l’herbe et les floraisons grasses,
Moisir parmi les ossements.

Alors, ô ma beauté! dites à la vermine
Qui vous mangera de baisers,
Que j’ai gardé la forme et l’essence divine
De mes amours décomposés!


De Nederlandse vertaling is al even gezellig:

Een kadaver

Weet jij, mijn ziel, op deze zoele zomerdag
Nog wat wij in de ochtend vonden:
Bij ‘t omslaan van een bocht, op een stuk keigrond, lag
Een smerig kreng, al half ontbonden.

De benen in de lucht, als van een vrouw die brandt
Van wellust, van lijkvocht vergeven,
Toonde het ons wijdopen, cynisch nonchalant,
Zijn buik waar wolken stank uit dreven.

De zon scheen met zijn hitte op het rottend beest,
Of hij ‘t als stoofvlees wou bereiden;
Zo gaf hij de natuur terug, ten offerfeest,
Waaraan zij eerst haar krachten wijdde.

De hemel staarde neer op dat subliem karkas
Als op een bloem die zich juist opent.
De stank was zo intens dat jij daar in ‘t gras
Haast met een flauwte moest bekopen.

Veel vliegen rond de buik die van verrotting droop,
En waaruit zwarte drommen bleven
Stromen van larven, een dikvloeibare siroop
Langs lappen aas dat leek te leven.

Dit alles steeg en daalde als een golf van vlees
Of gleed soms wemelend naar voren;
Dan leek het of het lijk van wind vervuld verrees,
Of er veelvuldig werd geboren.

En uit die wereld klonk een vreemde soort muziek,
Als stromend water, wind of regen,
Of als wanneer de wanners, soepel van ritmiek,
Het koren in hun wan bewegen.

De vormen werden vaag, nog maar een droom, of ooit
Iets wat niet uit de verf wou komen
Toch door de kunstenaar wellicht nog wordt voltooid
Als zijn herinnering gaat stromen.

Een teef achter een rots, die heel gespannen was,
Keek toe met ogen die ons haatten,
Gespitst op het moment dat zij van het karkas
Kon scheuren wat ze los moest laten.

- En toch ben jij niet anders dan dat creatuur,
Van gruwelijk bederf vergeven,
Jij, sterre van mijn ogen, zon van mijn natuur,
Mijn engel, passie van mijn leven!

Ja! Ook jij zult zo zijn, na ‘t laatste sacrament,
Jij die de kroon draagt van het schone,
Wanneer je tussen bloeiend gras en botten bent
Geborgen waar de wormen wonen.

Zeg dan, mijn schoonheid, tot die wormen in de aard,
Die jou met kusmondjes verslinden,
Dat ik de vorm en ‘t goddelijk wezen heb bewaard
Wanneer mijn liefste gaat ontbinden!

(Vertaling Peter Verstegen)


Mijn bespiegeling op dat gedicht:

Aaseters

Wanneer je langs de weg stuit op een overschot
dat, gistend in de middaghitte,
door vale kraaien kaalgepikt tot op het bot,
vol ongedierte blijkt te zitten,

word je allicht door sentimenten meegesleurd
van afkeer en van medeleven,
omdat je zelf ooit sterven moet en op jouw beurt
aan dat gespuis bent prijsgegeven.

Wat moet zo'n kreng beginnen met je rouwbeklag?
Het is allang aan gene zijde
waar het, wanneer je de experts geloven mag,
geen baat heeft van ons medelijden.

Bedenk, als je ontzet naar het kadaver staart
dat door de maden wordt verslonden:
we zijn zolang we leven (en naar onze aard)
meer met die aaseters verbonden.

Zet je over je walging heen en onderdruk
je eigenwaan en dure woorden,
kijk naar de hond die, vechtend om het grootste stuk,
zijn soortgenoten zou vermoorden.

Dit zijn onze verwanten, ze zijn net als jij,
de larven en de vette vliegen,
de lijkenpikkers, wroetend in de laffe brij -
want hoe we ook onszelf bedriegen,

ze zijn ons evenbeeld en onze disgenoot,
smerig, obsceen en volgevreten,
feestend op een karkas dat, uitgewoond en dood,
van ons geen donder meer wil weten.


En de Franse vertaling:

Charognards

Si au bord du chemin tu trébuches sur un corps
se putrifiant en plein soleil
rongé par les vers blafards qui le dévorent,
piqué à l’os par les corneilles,

peut-être seras-tu saisi d'un mouvement
de répulsion et d’empathie,
car toi aussi, tu dois mourir et forcément
seras sacrifié ainsi.

Ce corps ne jouira point de tes lamentations,
il est au-delà de la mort,
et à en croire les connaisseurs, la compassion
ne changerait rien à son sort.

Songe donc, au lieu de t’apitoyer sur l'ordure
ravagée par les oiseaux noirs :
nous sommes, à force de vivre (et par nature)
d’abord liés aux charognards.

Surmonte ta répugnance et cherche à juguler
ta suffisance et tes grands mots,
vois le chien qui n’hésiterait pas à tuer
pour obtenir le plus gros lot.

Ils sont tels que nous sommes, semblables à notre race,
les grasses larves et les mouches bleues,
ces nécrophages sordides grouillant dans la carcasse,
car même si on les trouve hideux :

ils sont à notre image, ils sont nos affiliés,
sales et obscènes, crasseux ou soûls,
festoyant sur un corps qui, mort et dégradé,
ne veut plus rien savoir de nous.

(Vertaling Martin Wijtgaard/Sandrine Mary)

donderdag 15 december 2016

4/12

Spertijd in Café Impérial,
de kelner sluit de deur, de laatste gasten
zetten hun kraag op in de oostenwind
die door half opgegeten döners raast.

Zondag is bijltjesdag, de stad heeft haast,
we nemen vast een aanloop voor de val:
de gloed van smeulende bibliotheken
werpt in de maanloze, ongure nacht

een vertrouwde schaduw op het Heldenplein,
waar honderdvijftigduizend armen wachten
op een Sobieski in een maatkostuum,
een zijden das voor Zwarte Moestafa.

Pak je koffer voor de razzia,
verbrand je paspoort en vervals je bloed,
noteer alles wat je vergeten moet,
negeer de ongemakkelijke vragen.

Mijd de open ramen en verdwijn
over steriele, schoongeveegde straten
de warmte van de ondergrondse in
om voor het ooit weer licht wordt thuis te zijn.

Foto's Spleen in Perdu, 27 november jl.


Johan Wambacq


Robin Veen


Martin Wijtgaard


J.C. Aachenende


Gerda Posthumus


Menno Wigman


Paul Lokkerbol (Presentatie)

De foto's zijn van Jan ter Heide, meer plaatjes vinden we in zijn online album.

maandag 21 november 2016

161121


Verleden weekend liefst tweemaal voorgelezen bij Eijlders, op zaterdag bij de bundelpresentatie van Jolies Heij, een mooie avond voor een mooie bundel, met optredens van Rick van der Made, Hans F. Marijnissen, Luk Paard, Frans Terken, Aurora Guds. Paul Lokkerbol, gitarist Ruud Post en zelf. Op zondag was er de dichtmiddag, waar het deze maand nou eens rustig was. Voor de verandering wel lekker. Op zaterdag twee nieuwe gedichten testgereden: Vastgoed (zie onder) en 4 december. Dat tweede gedicht zet ik zo rond 4 december wel eens op de site.

Vastgoed

Stamp nog een allerlaatste keer in tranen
de trap af, trek de voordeur in het slot,
bel de kringloop voor de kat en laat
de hoogste bieders nou hun best maar doen.

Een huis is maar een huis, de warmste keuken
braadt zonder protesteren ander vlees,
achter de ramen staren vreemde ogen
zich op nieuwe jaloezieën blind.

Er zullen op nieuw aangeschafte kussens
opnieuw bezwete hoofden wakker liggen
die in de nacht uit alle macht proberen
de geur van hun mislukking te negeren.

Ze simuleren voor de buitenwacht
een tedere idylle, net als wij,
en blijven in gezelschap enthousiast
over de tuin en babykamers praten

of kopen, met de laptop op de bank,
een wollen plaid of een gehaakte sprei,
maar vergelijken op kantoor alvast
verhuizers, makelaars en advocaten.

woensdag 16 november 2016

8 december: WEST going underground


WEST going underground wordt het eerste ondergrondse poëziepodium in Amsterdam-West. Twaalf dichters uit twee landen gaan samen naar de kelder en sleuren u graag mee.

De pilot-editie vindt plaats op 8 december om 19.30 uur in de kelder van Café 2 Klaveren aan de De Clercqstraat, de toegang is gratis.

Café 2 Klaveren is bereikbaar met tram 12 (vanaf Amstel en Sloterdijk), tram 13 (vanaf Centraal) en tram 14, halte Bilderdijkstraat of Willem de Zwijgerlaan.

maandag 7 november 2016

Leeuwarder Poëziemiddag, 6 november





En opnieuw gingen we naar het noorden, gisteren naar Leeuwarden, waar de 37e Leeuwarder Poëzie Avond werd georganiseerd, die deze keer een poëziemiddag was. In het fijne theatertje De Bres (waar het in de foyer zo koud was dat de Elfstedenkoorts toesloeg en de Randstedelijke bezoekers - niks gewend - ijlings naar de beerenburg grepen) stonden liefst negen dichters, een muzikant en een verhalenverteller op de planken.

Erg gecharmeerd van de út it Spaans en Baskysk yn it Frysk oersette poëzij van Syds Wiersma en ook van de gedichten van Geart Tigchelaar (Met een motto van Rammstein you can't go wrong. Miskien wolle jo folgjende kear in bytsje stadiger prate? Dan zal ik proberen sneller te luisteren.) En doordat twee dichters verstek lieten gaan kwam zelfs Jolies Heij, die helemaal uit Utrecht was gekomen, nog aan voorlezen toe. Dank aan Melvin van Eldik en de organisatie van Theater De Bres voor de, nou ja, voor de warme ontvangst.

Met het optreden van gistermiddag komt een eind aan een lange reeks evenementen ver van huis. In de afgelopen veertien dagen heb ik 1400 kilometer afgelegd, ik wil nooit meer horen dat 'het Nederlands taalgebied zo klein is' en ook niet dat 'zo weinig mensen Nederlands spreken', na viermaal een halve dag reizen in een stiltecoupé ben je al snel van het tegendeel overtuigd.

Voorlopig zoeken we het dus even in de buurt, eens kijken hoelang ik dat volhoud.

(Foto's door Henk Breedenbach, Elizabeth Hietkamp en als ik me niet vergis Melvin van Eldik.)

donderdag 20 oktober 2016

Poëziebus Eendrachtsplein R'dam, 7 augustus


Een donderpreek voor München aan de Maas.

(Aan m'n smoelwerk te zien een beetje the worse for wear na zeven dagen toeren. Het kan ook liggen aan het feit dat ik me een paar dagen niet geschoren had.)

Foto door Look J Boden

dinsdag 18 oktober 2016

Radioverslag Poëziebus Gent


Hoor nou toch eens. De Wolven van La Mancha hebben bij Urgent.fm een radioverslag in elkaar gezet van de enigszins chaotische Poëziebus-avond in Het Volkshuis in Gent, op 3 augustus. Met een interview met cameraman/initiatiefnemer Sven De Swerts en voordrachten van een flink aantal busdichters. Mijn eigen five cents' worth (althans een stukje daarvan) hoor je vanaf 34.40. Op zich sta ik ervan te kijken dat het is geregistreerd: ik heb het unplugged moeten doen omdat de microfoon er juist tijdens mijn voordracht de brui aan gaf, vermoedelijk als gevolg van het buitengewoon boeiende optreden van Michiel Van Opstal (vanaf 33.50), dat u beslist niet missen mag. Dada leeft bij onze zuiderburen!

maandag 17 oktober 2016

Voorronde Meander Dichtersprijs


Kreeg daarnet een mooi bericht van de redactie van Meander. samen met Wim Vandeleene uit Brugge heb ik de eerste ronde van de Meander Dichtersprijs 2017 gewonnen. (Wim, ik ken je nog niet, maar ook gefeliciteerd hè!) Van het voorjaar zullen we zien wie van de twaalf kanshebbers er met de prijs vandoor gaat, maar op zich is dit al reden genoeg voor een feestje. (Any excuse will do.)

Dinsdag 25 oktober: De Haarlemse Dichtlijn

Ondertussen, op de zaak... We beleven drukke tijden. Op 25 oktober mag ik komen voordragen bij De Haarlemse Dichtlijn. De avond begint (tenzij ik me sterk vergis) om 20.00 in Brasserie Tour de France aan het Spaarne 94 in Haarlem.

Uit de aankondiging in de agenda van de Dichtlijn: Martin Wijtgaard is Amsterdammer, frequenteert de poëziepodia in heel Nederland en reed ook mee op de Poëziebus dit jaar. Onlangs maakte hij zijn tweede poëziebundel, Drie kogels en een rattenstaart, vol mannelijke poëzie met rijm en ritme... -veel ritme. Dit gaan jullie waarderen!

Hmmmm, mannelijke poëzie? Je moet wat als je naar de stad van Kenau gaat.

vrijdag 14 oktober 2016

28 oktober: Poëzie in de Kapel, Groningen


Waarschuwing voor de scheepvaart: districten Rottum en Delfzijl, west 11 op komst. Op vrijdag 28 oktober mag ik versjes komen lezen in Groningen bij 'Poëzie in de Kapel'. De avond begint om 20.30 in Theater De Kapel, Emmastraat 15 te Groningen. (En busmaatje Richard Nobbe is er ook!)